publicatiespng

Publicaties

De onderstaande knoppen helpen bij het selecteren van onderzoeksrapporten die ABF Research heeft opgesteld.
In de informatiefolders kunt u meer lezen over de werkvelden en producten van ABF.

Werkvelden

Jaar

icon van openbare publicatie Openbare publicatie icon van niet openbare publicatie Niet-openbare publicatie
Informatie icon

Deze publicatie is helaas (nog) niet op te vragen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met

Bedankt!

De door u opgevraagde publicatie is succesvol verstuurd naar u.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde pagina is niet gevonden. Breng mij terug naar de Home pagina.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde publicatie is niet aanwezig. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300.

Ok

Helaas

Er is iets fout gegaan. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300. U wordt dan gehlolpen.

Ok

Er zijn geen publicaties met deze eigenschappen.

2017
  • 10-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2017

    Het rapport ‘Landelijke Monitor Studentenhuisvesting’ gaat over studenten en hun huisvesting. Er wordt een beeld geschetst van de omvang, samenstelling en verwachte ontwikkelingen voor de komende acht jaar van de studentenpopulatie en de studentenhuisvesting. Daarnaast is er aandacht voor betaalbaarheid, woonwensen en internationale studenten.

    De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2017 is het zesde rapport in een reeks die sinds 2012 jaarlijks verschijnt. Eind 2010 zijn op initiatief van Kences de eerste stappen gezet om te komen tot een Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. Sindsdien wordt jaarlijks gewerkt aan doorontwikkeling, kwaliteitsverbetering en aansluiting bij de actualiteit. De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting is inmiddels uitgegroeid tot de nationale standaard voor cijfers over studentenhuisvesting.

    Samenstelling en ontwikkeling studentenpopulatie: 'Tot collegejaar `24-`25 daling bij hogescholen, terwijl universiteiten groeien'.

    Op 31 december 2016 waren er 662.000 voltijdstudenten binnen het hoger onderwijs (exclusief studiepuntmobiele studenten), waarvan 61 procent studeert aan een hogeschool. 10 procent van de studenten heeft een vooropleiding in het buitenland gevolgd en heeft een buitenlandse nationaliteit: dit maakt hen internationale diplomastudenten. Van 78 procent van de Nederlandse studenten zijn beide ouders geboren in Nederland. De vrouwen vormen met 50,8 procent een kleine meerderheid. De gemiddelde leeftijd van studenten is 22 jaar en 2 maanden.

    De afgelopen acht jaar is het aantal studenten met 25 procent toegenomen. Naar verwachting neemt deze groei af en stijgt het aantal studenten de komende acht jaar met ongeveer 17.300 studenten (+3 procent). Het aantal hbo-studenten gaat dalen (-20.500 studenten, -5 procent). De groei wordt dan ook volledig veroorzaakt door een toenemend aantal universitaire studenten (+37.700 studenten, +14 procent).

    De nationale groei van het aantal universitaire studenten in de komende acht jaar is, met uitzondering van Tilburg, in alle steden met een universiteit terug te zien. Wageningen (32 procent) en Delft (18 procent) zijn de steden met de grootste groei. Van de steden met alleen een hbo-instelling wordt bij 18 van de 20 steden krimp verwacht.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 09-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Beschermd Wonen voorbeeldrapportage

    Inleiding

    Het Beschermd Wonen voor personen met psychische of psychosociale problematiek is sinds 1 januari 2015 ondergebracht bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo2015), die uitgevoerd wordt door de gemeenten. Gemeenten zijn daarmee verantwoordelijk geworden voor kwetsbare groepen die voorheen buiten hun blikveld bleven en hebben behoefte aan een goede inschatting van de huidige en toekomstige omvang van deze zorggroep ten einde aanbod en vraag Beschermd Wonen op elkaar af te kunnen stemmen.

    Om hierin te kunnen voorzien heeft ABF Research recent het prognosemodel wonen met zorg, bekend onder de naam Fortuna, uitgebreid. Daarbij is de intramurale sector Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) geanalyseerd vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Naast standcijfers en prognosecijfers vanuit demografische verwachtingen (basisscenario) wordt voorzien in een zekere bandbreedte om tegemoet te komen aan de onzekerheid van de ontwikkelingen hieromtrent.

    Veranderingen in Beschermd Wonen

    Door de hervorming van de langdurige zorg en verdere transitie naar de Wmo is het veld sterk in beweging geraakt. Enerzijds is sprake van ambulantisering. Ambulantisering is afbouwbeleid van intramurale zorg en houdt een reductie van de totale beddencapaciteit in de curatieve GGZ in tot 2/3 deel van de capaciteit in 2008. Deze versmalling van medisch noodzakelijk verblijf betreft zowel de Wlz als de Zvw en betekent meer druk op het Beschermd Wonen. Een afname aan beddencapaciteit in de Wlz en de Zvw betekent immers een potentiële groei van de vraag naar Beschermd Wonen.
    Anderzijds is het advies ‘Toekomst Beschermd Wonen’ (Commissie Dannenberg) actueel. Hierin wordt gepleit voor een ombuiging van het dure Beschermd Wonen naar inclusief wonen, waarbij dit ‘beschermd thuis’ een beroep doet op adequate huisvesting en ambulante zorg. Als het advies van de commissie volledig wordt opgevolgd, betekent dit een afname van 2/3 deel van de totale capaciteit Beschermd Wonen.

    Uitgangspunt in de prognose is een indicatie van de groei van de totale populatie op basis van demografie en dus de toekomstige benodigde capaciteit Beschermd Wonen. Aanvullend op dit neutrale nulscenario wordt voorzien in een bandbreedte op basis van concrete aannames over omvang en fasering van ambulantisering en ‘inclusief wonen’.

    Omdat wordt gestreefd naar meer lokale verantwoordelijkheden voor het Beschermd Wonen en een herverdeling van de taken en bijbehorende middelen over alle gemeenten is het van belang een inschatting te maken van het Beschermd Wonen voor de centrumgemeente en de verschillende regiogemeenten. Hiertoe wordt het landelijk vastgesteld gebruik Beschermd Wonen per leeftijdsgroep en geslacht toegepast op (de ontwikkeling van) de bevolking van de betreffende gemeenten.

    Meer weten?

    Neem contact op met Judith Willems 015-27 99 343

  • 08-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Plato: rekenmodel voor de woningprijs

    Plato is een rekenmodel waarmee de landelijke prijsontwikkeling van woningen verklaard wordt. Rente en inkomensontwikkeling gelden in het model als de twee dominante factoren die gezamenlijk het structurele prijsniveau bepalen. De conjuncturele afwijkingen hiervan konden bij eerdere analyses verklaard worden uit recente prijsmutaties. Deze stonden model voor het sentiment in de markt.

    In de nieuwe opzet wordt niet alleen gekeken naar de prijsafwijking in het voorgaande kwartaal maar ook naar de ontwikkeling van het BBP. Op basis van het aangepaste model wordt vastgesteld dat het feitelijke prijsniveau momenteel bijna 40.000 euro lager is dan het structurele prijsniveau. Eind 2016 was dit ook al zo.

    Plato biedt de mogelijkheid om net behulp van scenario’s vooruit te kijken. Op basis van een mogelijke ontwikkeling van inkomens, rente en BBP kan een inschatting gemaakt worden van het (structurele) prijsniveau in de toekomst. Conclusies op basis van Plato 2017 zijn:

    • Bij een inkomensstijging van 1% per jaar, stijgt het structurele prijsniveau met 1,4% op jaarbasis, mits het renteniveau gelijk blijft. Indien de inflatie zich in dat geval ook zou beperken tot 1% op jaarbasis, betekent dat een reële prijsstijging voor het structurele prijsniveau met 0,4% per jaar.
    • Indien bij 1% inkomensstijging en 1% inflatie, de rente zou oplopen van 2,4% eind 2016 naar 3,4% in de komende jaren, dan leidt dat tot een eenmalige daling van het structurele prijsniveau met 0,6%.
    • Indien het BBP – net als eind jaren negentig – een aantal jaar groeit met 6% op jaarbasis, dan halveert de onderwaardering van koopwoningen in 2 à 3 jaar tijd. In de afgelopen jaren heeft een dergelijke groei van het BBP zich voorgedaan in 2001, 2006 en 2007.

    Lees voor meer informatie het volledige rapport rond Plato 2017.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 01-05
    onderstaand publication-item is openbaar

    ABF Arbeidsmarktrapportage 2017

    Nederlandse arbeidsmarktstructuur naar sector en regio

    Het totale arbeidsvolume in Nederland bedraagt begin 2016 6,74 miljoen full time equivalents. Dit arbeidsvolume komt overeen met 8,9 miljoen banen. Op basis van microbestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft ABF een arbeidsmarktanalyse uitgevoerd over omvang en samenstelling van de werkende beroepsbevolking naar 13 sectoren en 35 regio’s. De statistieken over de samenstelling maken verdelingen naar kenmerken als geslacht, leeftijd, herkomst, opleidingsniveau, deeltijdpercentage, arbeidsrelatie en mobiliteit inzichtelijk. Enkele resultaten:

    • Het aantal banen in Nederland is tussen begin 2015 en begin 2016 met 2,7% toegenomen tot 8,9 miljoen;
    • Het aantal banen van werknemers nam 2,5% toe en het aantal banen van zelfstandigen 4,7%. Totaal telt Nederland begin 2016 1,1 miljoen zelfstandigen;
    • Na de uitzendbranche waar een relatieve banengroei van 20% werd genoteerd kenden de sectoren horeca (+4,7%) en informatie & communicatie (+3,8%) de grootste groei; alleen in de sectoren overheid (-0,9%) en zorg & welzijn (-0,3%) daalde het aantal banen;
    • De grootste groei in banen in absolute zin kwam op naam van de uitzendbranche (+117 duizend), handel (+35 duizend) en zakelijke dienstverlening (+34 duizend);
    • De banengroei is ook merkbaar in de leeftijdsverdeling: het aandeel werkenden onder de 35 is gestegen van 31% naar 35% waardoor de gemiddelde leeftijd van werkenden daalde van 41 jaar en 11 maanden naar 41 jaar en 2 maanden;
    • De grootste banengroei is gerealiseerd in de regio’s Rijnmond (+16 duizend) en Haaglanden (+15 duizend).

    Ga naar www.arbeidsmarkt.incijfers.nl voor grafieken en meer data online.

    Meer weten?

    Neem contact op met Jeroen de Kort 015-27 99 341

  • 20-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Voorbeeldrapportage Fortuna 2017

    In voorliggend rapport (Fortuna 2016) zijn de verwachte ontwikkelingen op het gebied van wonen met zorg in Kleidum verkend, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. De verkenning omvat de periode 2015-2030 en is gebaseerd op het vernieuwde prognosemodel Fortuna 2016. In de nieuwe opzet is gekozen voor een benadering vanuit gezondheid en mobiliteitsbeperkingen, waaraan feitelijk woongedrag gekoppeld wordt. Via de simulatie van vraag, aanbod en dynamiek op de woningmarkt waarbij kwalitatieve aspecten als eigendomsverhouding en prijsniveau centraal staan, maakt Fortuna een inschatting van de toekomstige behoefte aan geschikte huisvesting voor wonen met zorg.

    Sterke toename huishoudens 75+

    In Kleidum wonen in 2015 zo’n 22,1 duizend huishoudens. Daarvan is dan 30 procent 65 jaar of ouder. In 2030 is naar verwachting het aantal huishoudens 23,5 duizend en is het aandeel 65-plushuishoudens toegenomen tot 38 procent. Het aandeel 75-plussers groeit in dezelfde periode van 13,8 naar 20,7 procent. Dit komt neer op een groei met 6,9 procentpunt. Dit is hoger dan de landelijke groei van 5,8 procentpunt.

    Sterke toename alleenstaande huishoudens 75+ met zware mobiliteitsbeperkingen

    Naar verwachting groeit het totaal aantal huishoudens met mobiliteitsbeperking door de vergrijzing in Kleidum de komende vijftien jaar met ongeveer 860 huishoudens. In aandelen gaat het dan om een groei van 15,0 procent naar 17,8 procent van alle huishoudens. De toename betreft alle mobiliteitsklassen, maar vooral de categorieën matig en zwaar.
    Bij huishoudens 75+ heeft ongeveer 17 procent een zware mobiliteitsbeperking, waarbij binnenshuis gebruik wordt gemaakt van een rolstoel of rollator. In aantallen gaat het daarbij om een toename tussen 2015 en 2030 van 530 tot 790, ofwel 260 huishoudens. Deze groep betreft voor bijna driekwart (73 procent) alleenstaanden.

    Gewenste toename geschikte voorraad met zo’n 1.190 woningen

    De voorraad geschikte woningen zou in Kleidum met zo’n 1.190 woningen kunnen worden uitgebreid. Dit kan niet alleen door nieuwbouw (nultrede- en geclusterde ouderenwoningen) maar ook door woningaanpassingen binnen de bestaande woningvoorraad. Er wordt in de berekeningen overigens rekening mee gehouden dat een groot deel van de nultredewoningen ook in de toekomst wordt bewoond door huishoudens zonder mobililteitsbeperkingen.
    De gewenste toename van geclusterde ouderenwoningen in Kleidum is voor iets meer dan de helft (52 procent) geconcentreerd binnen het huursegment. De toename van aangepaste ouderenwoningen betreft voor een aanzienlijk deel de koopsector (83 procent) en wel met name het goedkopere segment.

    Meer weten?

    Neem contact op met Judith Willems 015-27 99 343

2016
  • 01-12
    onderstaand publication-item is openbaar

    Validatie Handboek modelmatig waarderen marktwaarde

    Op grond van de nieuwe woningwet dienen Toegelaten Instellingen (TI’s) vanaf de jaarrekening 2016 hun vastgoed te waarderen tegen de marktwaarde. De wijze waarop zij de waarde van het vastgoed vast dienen te stellen is vastgelegd in het ‘Handboek modelmatig waarderen op marktwaarde’. Recent hebben ABF Research, Calcasa en Deloitte Financial Advisory Services in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dit Handboek gevalideerd.

    Daarbij zijn drie punten aan de orde gekomen:

    • De resultaten die de verschillende berekeningswijzen opleveren,
    • De kwaliteit van de gegevens die TI’s hanteren bij het bepalen van de marktwaarde;
    • De systematiek die het Handboek voorschrijft en de daarin opgenomen uitgangspunten.

    De resultaten

    De Basisversie van het Handboek laat voor de 21 TI’s die meewerkten aan dit onderzoek zien dat in 85% van de gevallen op portefeuilleniveau een afwijking van 10% of minder te zien is, gemeten naar de marktwaarde bij een zogenaamde vrije taxatie of Full-versie afgezet tegen de Basisversie. In de overige 15% van de gevallen is op portefeuilleniveau sprake van een afwijking groter dan 10%.

    Hierbij ging het om drie TI’s waar de Basisversie een overschatting van de marktwaarde opleverde: één TI in een Krimpregio, één TI met veel woningen met een afgekochte erfpacht en een groot aantal studentenwoningen en één TI waarbij twijfels rezen over de kwaliteit van de aangeleverde gegevens. Bij de volgende evaluatie van het Handboek verdient het aanbeveling om de analyse nogmaals uit te voeren op een grotere en meer representatieve steekproef om zo met meer zekerheid de betrouwbaarheid van de uitkomsten van de  Basisversie te kunnen vaststellen.

    De kwaliteit van de gegevens

    Uit de analyse blijkt dat de data benodigd voor het berekenen van de marktwaarde volgens de Basisversie nog niet altijd op orde is, zoals het aantal vierkante meters gebruiksoppervlak (GBO), WOZ-waarden, kadastrale gegevens of contractinformatie van het vastgoed. Bij de overgang naar het Handboek was reeds bekend dat niet alle data op orde was. Onjuiste of onvolledige data leidt mogelijk tot een onjuiste waardering. De Basisversie van het Handboek helpt TI’s om de gegevensbestanden meer uniform qua opzet te maken en beter op orde te brengen.

    De systematiek

    De Discounted Cash Flow-methode waarop het Handboek is gebaseerd, staat niet ter discussie onder de bevraagde TI’s en taxateurs. Wel blijkt dat het Handboek op onderdelen zoals de bepaling van de disconteringsvoet, de markthuur en het onderhoud niet geheel consequent is, onder andere. in het gebruik van externe gegevens (NVM-markthuren, leegwaarden), gebruik van verschillende bouwjaarklassen, regio-indelingen en oppervlakteberekeningen en de afwijkende vorm voor parameters (jaar- of maandbedrag, bedrag of als % van, etcetera). Verder geldt dat parameters in het Handboek (markthuur en disconteringsvoet) die gebaseerd zijn op statistische regressies niet in alle gevallen voldoende maatwerk leveren om toepasbaar te zijn voor alle TI’s, in het bijzonder die met relatief veel incourant bezit of TI’s in specifieke regio’s.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 04-11
    onderstaand publication-item is openbaar

    Vooruitzichten bevolking, huishoudens en woningmarkt

    In dit rapport zijn de belangrijkste resultaten van de Primos-prognose 2016 en de Socrates-ramingen 2016 opgenomen. De relatief hoge bevolkingsgroei in recente en komende jaren leidt tot een grote vraag naar woningen. De groei concentreert zich in het westen en midden van Nederland waar in veel regio’s een huishoudensgroei van 10% tot 12% verwacht wordt. Als gevolg van het achterblijven van de nieuwbouwproductie in de crisisjaren, het trage herstel van het aantal afgegeven bouwvergunningen voor nieuwe woningen en de concentratie van de vraag naar woningen in een aantal nu al gespannen woningmarkten, neemt de woningbehoefte in veel regio’s op de korte termijn sterker toe dan de woningvoorraad. In de regio Amsterdam, waar het woningtekort in 2015 op -4,2% wordt geschat, zal het woningtekort in 2018 pieken op circa -5,6%.

    Om de gevolgen van de verwachte demografische ontwikkeling voor diverse regio’s en segmenten in de woningmarkt in te schatten zijn vijf scenario’s opgesteld. De scenario’s onderscheiden zich qua inkomensgroei, omvang van de woningproductie en wijze waarop verhuurders invulling geven aan het huurbeleid, te weten marktgericht of doelgroepgericht. In scenariosimulaties zijn woningbouwprogramma’s naar huur/koop en prijsklasse berekend die zoveel mogelijk aansluiten op woonwensen, zodat de doorstroming toeneemt.

    Het aantal nieuwbouwwoningen loopt in de scenario’s uiteen van 68 duizend tot 80 duizend per jaar in de periode tot 2020 en 49 duidend tot 57 duizend per jaar in de periode 2020-2024. De uitbreiding van de woningvoorraad blijft in de eerstkomende jaren in alle scenario’s achter bij de toename van het aantal huishoudens.

    In alle scenario’s neemt de vraag naar koopwoningen, in alle prijscategorieën, toe. Om aan deze vraag tegemoet te komen bestaat de nieuwbouw in alle scenario’s voor een belangrijk deel, 70% tot 79%, uit koopwoningen waarvan twee derde in de prijsklasse meer dan € 220.000. Het aandeel van de vrijesectorhuurwoningen in de nieuwbouw loopt uiteen van 8% tot 15%, het aandeel gereguleerde huurwoningen bedraagt 13% tot 16%. In de marktgerichte scenario’s komen veel voormalige corporatiewoningen in het middenhuursegment en het goedkope koopsegment beschikbaar. De uitbreiding van de voorraad koopwoningen tot € 180.000 komt in de scenario’s voor 48% tot 60% tot stand via de verkoop van huurwoningen.

    De omvang van de EC-doelgroep ontwikkelt zich in de scenario’s in de periode 2015-2025 met -2% tot +6%. De ontwikkeling van de Doelgroep Huurtoeslag beweegt zich tussen de -5% en +5%. Het aantal gereguleerde huurwoningen neemt in de scenario’s in deze periode af met -1% tot -12%.

    In marktgerichte scenario’s met een wat hogere inkomensgroei neemt de gereguleerde voorraad sterk af door verkoop en liberalisatie. In doelgroepgerichte scenario’s is er een beperkte afname doordat zowel de EC-doelgroep als de Doelgroep Huurtoeslag voor een steeds groter deel uit ouderen gaat bestaan. Vooral het aantal 75-plussers neemt snel toe. Omdat de (toekomstige) ouderen met een laag inkomen meer dan voorheen in het bezit zijn van een eigen woning neemt de behoefte aan gereguleerde huurwoningen af.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 31-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Rapportage Socrates 2016

    In dit rapport wordt de ontwikkeling van de woningmarkt geschetst voor de komende jaren. Omdat toekomstverwachtingen onzeker zijn, wordt hier gebruik gemaakt van een aantal demografische en macro-economische scenario’s. Daarnaast is plaats ingeruimd voor de effecten die uitgaan van het woonbeleid.

    ToekomstbeeldIn deze studie is gebruik gemaakt van een aantal demografisch en macro-economische scenario’s. In alle scenario’s wordt uitgegaan van dezelfde demografische ontwikkeling conform de meest recente landelijke CBS- en regionale Primos-prognose. Voor wat betreft de inkomensontwikkeling wordt tot 2017 uitgegaan van de meest recente CPB-verwachtingen. Voor de langere termijn zijn hier meerdere scenario’s geformuleerd met een bandbreedte die enerzijds gebaseerd is op de langjarige inkomensontwikkeling en anderzijds op de verwachtingen van CPB en PBL in hun nieuwe lange termijn verkenningen. Concreet wordt uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse inkomensgroei per huishouden variërend van 0,3% (laag), via 0,5% (midden) tot 1,0% (hoog). Tot slot is ook een zogenoemde nul-scenario toegepast waarin vanaf 2018 geen sprake meer is van inkomensgroei.

    Woonbeleid en verhuurdergedragVerder is er aandacht voor de effecten van het woonbeleid. Dit beleid is inmiddels vastgelegd in regelgeving en de nieuwe Woningwet 2015. Maar nog niet zeker is hoe verhuurders om zullen gaan met de geboden ruimte. Daarom wordt in deze studie gewerkt met twee gedragsvarianten. Deze varianten verschillen in maatvoering waar het gaat om huurverhogingen, harmonisatie, inspelen op de passendheidsnorm en liberalisatie van het bezit. In de meest vergaande gedragsvariant (‘marktgericht’) worden de huurinkomsten gemaximaliseerd. In de andere gedragsvariant (‘doelgroepgericht’) ligt meer nadruk op het aanbieden van betaalbare huurwoningen.

    De verwachtingen in cijfersDe hoofdconclusies van het rapport zijn:

    • De groei van de woningvoorraad zal voornamelijk de eerste jaren de snelle toename van het aantal huishoudens niet bij kunnen houden. Hierdoor neemt de krapte op de woningmarkt toe.
    • De omvang van de EC-doelgroep wordt in 2015 op 3,5 miljoen huishoudens geschat, dat is 46% van alle huishoudens. In de scenario’s varieert de ontwikkeling van de omvang van de EC-doelgroep in de periode tot 2025 van een toename met 212.000 (+6%) huishoudens in het Nul-scenario tot een afname met 85.000 (-2%) huishoudens in het scenario Hoog.
    • In 2015 behoren circa 2,4 miljoen huishoudens tot de doelgroep voor de huurtoeslag. De doelgroep voor de huurtoeslag neemt in de scenario’s met de laagste inkomensontwikkeling in omvang toe, +5% in Nul en +2% in Laag, is stabiel in de Midden-scenario’s en neemt in het scenario Hoog met -5% af.
    • In 2015 zoeken naar schatting 1,4 miljoen huishoudens een woning. De vraag is voor een kwart gericht op huurwoningen onder de aftoppingsgrens, 4% zoekt een huurwoning tussen aftoppings- en liberalisatiegrens en 13% zoekt een vrijesectorhuurwoning. Daarnaast richt 28% van de vraag zich op goedkope koopwoningen tot € 180.000 en zoekt 30% een koopwoning duurder dan € 220.000. Goedkope koopwoningen zijn het lastigst te vinden.
    • Een belangrijk effect van de vergrijzing is het toenemend eigenwoningbezit onder nieuwe generaties ouderen. Gevolg hiervan is dat een steeds groter deel van de ouderen, ook van ouderen die (straks) tot de EC-doelgroep behoren, beschikt over een vaak grotendeels afbetaalde eigen woning.
    • De bandbreedte waarmee de voorraad gereguleerde huurwoningen in de scenario’s afneemt is -12% tot  1%. De voorraad aan huurwoningen voor de doelgroep Huurtoeslag, betaalbare huurwoningen met een huurprijs onder de aftoppingsgrens, neemt in alle scenario’s sterker af (-19% tot -7%).

    Lees voor meer informatie het volledige rapport. In het volledige rapport zijn cijfers voor alle scenario’s opgenomen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 31-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Rapportage Primos 2016

    Primos geeft inzicht in de kwantitatieve woningbehoefte voor de korte en lange termijn. In het rapport ‘Primos 2016’ worden de definitieve uitkomsten gepresenteerd. Hierin wordt rekening gehouden met de verwachtingen rondom de toegenomen instroom van asielmigranten. In het rapport wordt de vergelijking gemaakt met Primos 2013, de laatste versie die (mede) in opdracht van het ministerie van BZK is uitgevoerd.

    De belangrijkste uitkomsten

    • Toename van de bevolking als gevolg van omhoog bijgestelde instroom asielmigranten. Voorzien wordt dat het aantal inwoners van Nederland in de periode 2015-2020 met 437.000 inwoners toeneemt. De bevolkingsgroei neemt daarna af. In volgende vijf jaar bedraagt de toename 278.000 inwoners.
    • Voor de komende tien jaar wordt een toename met 592.000 huishoudens verwacht. Terwijl de totale huishoudensaanwas in de periode tot 2025 8% bedraagt, neemt het aantal alleenstaanden met 16% toe. Alleenstaanden en paren in de leeftijdsklasse 75-84 nemen in omvang het sterkst toe.
    • In 2009 bestond een gemiddeld particulier huishouden uit 2,23 personen, in 2015 is dat gedaald tot 2,17. De prognose is dat de huishoudgrootte in 2025 is teruggelopen tot 2,10 personen. In alle leeftijdsgroepen blijft het aandeel alleenstaande huishoudens toenemen. Uitzondering vormen vanwege de gestegen levensverwachting de 65-90 jarigen. De zogenaamde individualisering wordt echter wel afgeremd door het later uit huis gaan van kinderen. Vooral onder niet-westerse allochtonen is het aandeel thuiswonende kinderen de afgelopen jaren sterk gestegen.
    • Om de spanning op de woningmarkt te meten, wordt als indicator het zogeheten statistisch woningtekort gehanteerd. Dit tekort, het verschil tussen de beschikbare en de gewenste woningvoorraad, wordt in negatieve getallen uitgedrukt en voor 2015 voor heel Nederland op -134.000 woningen, of te wel -1,8% van de bestaande voorraad, becijferd.
    • Voorzien wordt dat de woningproductie tot 2018 aanzienlijk lager ligt dan de gewenste toename van de voorraad. Het nationale tekort loopt daarom naar verwachting op tot -196.000 woningen (-2,5%) in 2018.  In 2025 wordt voor heel Nederland een niveau van ‑2,1% voorzien. Regionale verschillen nemen alsmaar toe.

    Lees voor meer informatie het volledige rapport. Het rapport is voorzien van regionale uitkomsten. Interesse in de verwachtingen rondom de kwalitatieve woningbehoefte? Klik hier.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 31-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Rapportage Fortuna 2016

    In dit rapport wordt de definitieve Fortuna 2016 prognose gepresenteerd. Deze prognose geeft inzicht in vraag en aanbod ontwikkelingen rondom wonen met zorg. Omdat toekomstverwachtingen onzeker zijn, wordt hierbij gebruik gemaakt van scenario’s. 

    Nieuwe model opzet in het nieuwe Fortuna model zijn elementen uit het oude Fortuna model en het Piramide model samengebracht. Centraal in het nieuwe model staat een benadering vanuit gezondheid en mobiliteitsbeperkingen. Belangrijk argument voor deze opzet is gelegen in het feit dat de meeste ouderen tijdens hun leven – als huurder of als eigenaar van een woning – geconfronteerd worden met mobiliteitsbeperkingen die op enig moment van invloed zijn op het woongedrag. Verschillende huishoudens gaan daar verschillend mee om: sommigen sorteren vroegtijdig voor; anderen reageren pas veel later. Maar wanneer en hoe men ook reageert, dat zal altijd gebeuren vanuit een bestaande woonsituatie en dus zullen de ontwikkelingen op de woningmarkt doorklinken in de vraag naar ouderenhuisvesting. Om die reden is het vernieuwde model aangehaakt op de woningmarktontwikkelingen in brede zin, zoals die met het Socrates model in beeld gebracht worden. Daardoor kan de woonbehoefte van ouderen beter geduid worden.

    Trendraming 2015-2025Uitgaande van de actuele verbanden tussen huishoudens met hun mobiliteitsbeperkingen enerzijds en de mate waarin de woning geschikt is om daarin te wonen met mobiliteitsbeperkingen anderzijds, is een trendprognose opgesteld. De groei van het aantal huishoudens naar leeftijd en inkomensniveau vormt daarbij het startpunt. Gegeven deze huishoudenontwikkeling is een toename van het aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen voorspeld. Globaal komen er de komende tien jaar 200.000 huishoudens ouder dan 75 jaar bij zonder mobiliteitsbeperkingen en 200.000 met mobiliteitsbeperkingen. Vanuit de ontwikkelingen op de woningmarkt (Socrates prognose) is bekend dat deze toename van het aantal 75+-ers voor een belangrijk deel in de koopsector zal neerslaan. Het Fortuna model laat aanvullend daarop zien hoeveel huishoudens er bijkomen die een beroep doen op een aangepaste woning en/of een  geclusterde ouderenwoning.

    Scenario's en bandbreedteNaast deze trendraming zijn twee alternatieve scenario’s opgesteld. In het eerste scenario wordt er vanuit gegaan dat minder mensen zonder mobiliteitsbeperkingen in de toekomst zullen voorsorteren op het optreden van dergelijke problemen. Gemiddeld over alle 65+-ers zonder beperkingen is op dit moment ongeveer 10% gehuisvest in een geschikte ouderenwoning. Als dat percentage omlaag gaat, zal dat leiden tot een mindere vraag naar voor ouderen geschikte woningen. Daarnaast is een tweede scenario geformuleerd waarin er vanuit gegaan wordt dat er juist meer aanbod aan geschikte woningen beschikbaar komt waardoor met name ouderen met mobiliteitsbeperkingen sneller en vaker kunnen verhuizen naar een geschikte ouderenwoning. Dat blijkt aantoonbaar positief door te werken op de satisfactie van deze groep. Waar op dit moment ongeveer de helft van de mensen met mobiliteitsbeperkingen (nog) niet in een ouderenwoning gehuisvest is, zou dat percentage kunnen afnemen.

    Lees voor meer informatie het rapport. In het rapport zijn cijfers voor de trendraming en de alternatieve scenario’s opgenomen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 06-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2016

    Het rapport 'Landelijke Monitor Studentenhuisvesting' gaat over studenten en hun huisvesting. Er wordt een beeld geschetst van de omvang, samenstelling en verwachte ontwikkelingen voor de komende 8 jaar van de studentenpopulatie en de studentenhuisvesting. Daarnaast is er aandacht voor de betaalbaarheid, woonwensen en de internationale studenten.

    De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2016 is het vijfde rapport in een reeks die sinds 2012 jaarlijks verschijnt. Eind 2010 zijn op initiatief van Kences de eerste stappen gezet om te komen tot een Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. Sindsdien wordt jaarlijks gewerkt aan doorontwikkeling, kwaliteitsverbetering en aan aansluiting bij de actualiteit. De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting is inmiddels uitgegroeid tot de nationale standaard voor cijfers over studentenhuisvesting.

    Dit jaar is er extra aandacht voor de gemeten eerste effecten van de invoering van het studievoorschot. Daarnaast is er een verbeterslag gemaakt door de internationale studiepuntmobiele studenten kwantitatief in kaart te brengen.

    Vanwege de invoering van het studievoorschot is het niet langer noodzakelijk om te registreren of studenten thuis- of uitwonend zijn. DUO voert deze registratie dan ook niet meer uit. Om te bepalen of studenten thuisof uitwonend zijn wordt daarom de Basisregistratie Personen (BRP) gebruikt. De inzet van de BRP als bron in combinatie met DUO-registraties met meer achtergrondkenmerken is uit noodzaak ontstaan, maar heeft uiteindelijk geleid tot een aanzienlijke kwaliteitsverbetering. Voorheen werd voor een deel van de studenten geschat of zij thuis- of uitwonend waren, bij welke vestiging van een onderwijsinstelling (en daarmee studiestad) zij studeerden en in welke stad zij woonden. Met het gebruik van de nieuwe bronnen zijn deze gegevens voor nagenoeg alle studenten bekend. Doordat deze methodiek ook met terugwerkende kracht is gehanteerd zijn de cijfers tussen verschillende collegejaren in dit rapport consistent, maar kunnen ze licht afwijken met die in rapporten van eerdere jaren.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 24-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Tussenrapportage Fortuna 2016

    In dit rapport wordt de ontwikkeling van vraag en aanbod waar het gaat om wonen met zorg geschetst voor de komende jaren. Omdat toekomstverwachtingen onzeker zijn, wordt hierbij gebruik gemaakt van scenario’s. 

    Nieuwe model opzet In het nieuwe Fortuna model zijn elementen uit het oude Fortuna model en het Piramide model samengebracht. Centraal in het nieuwe model staat een benadering vanuit gezondheid en mobiliteitsbeperkingen. Belangrijk argument voor deze opzet is gelegen in het feit dat de meeste ouderen tijdens hun leven – als huurder of als eigenaar van een woning – geconfronteerd worden met mobiliteitsbeperkingen die op enig moment van invloed zijn op het woongedrag. Verschillende huishoudens gaan daar verschillend mee om: sommigen sorteren vroegtijdig voor; anderen reageren pas veel later. Maar wanneer en hoe men ook reageert, dat zal altijd gebeuren vanuit een bestaande woonsituatie en dus zullen de ontwikkelingen op de woningmarkt doorklinken in de vraag naar ouderenhuisvesting. Om die reden is het vernieuwde model aangehaakt op de woningmarktontwikkelingen in brede zin, zoals die met het Socrates model in beeld gebracht worden. Daardoor kan de woonbehoefte van ouderen beter geduid worden.

    Trendraming 2015-2025 Uitgaande van de actuele verbanden tussen huishoudens met hun mobiliteitsbeperkingen enerzijds en de mate waarin de woning geschikt is om daarin te wonen met mobiliteitsbeperkingen anderzijds, is een trendprognose opgesteld. De groei van het aantal huishoudens naar leeftijd en inkomensniveau vormt daarbij het startpunt. Gegeven deze huishoudenontwikkeling is een toename van het aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen voorspeld. Globaal komen er de komende tien jaar 200.000 huishoudens ouder dan 75 jaar bij zonder mobiliteitsbeperkingen en 200.000 met mobiliteitsbeperkingen. Vanuit de ontwikkelingen op de woningmarkt (Socrates prognose) is bekend dat deze toename van het aantal 75+-ers voor een belangrijk deel in de koopsector zal neerslaan. Het Fortuna model laat aanvullend daarop zien dat er 80.000 huishoudens ouder dan 75 jaar bijkomen die een beroep doen op een aangepaste woning en 35.000 die een beroep doen op geclusterde ouderenwoningen..

    Scenario's en bandbreedte Naast deze trendraming zijn twee alternatieve scenario’s opgesteld. In het eerste scenario wordt er vanuit gegaan dat minder mensen zonder mobiliteitsbeperkingen in de toekomst zullen voorsorteren op het optreden van dergelijke problemen. Gemiddeld over alle 65+-ers zonder beperkingen is op dit moment ongeveer 10% gehuisvest in een geschikte ouderenwoning. Als dat percentage omlaag gaat, zal dat leiden tot een mindere vraag naar voor ouderen geschikte woningen. Daarnaast is een tweede scenario geformuleerd waarin er vanuit gegaan wordt dat er juist meer aanbod aan geschikte woningen beschikbaar komt waardoor met name ouderen met mobiliteitsbeperkingen sneller en vaker kunnen verhuizen naar een geschikte ouderenwoning. Dat blijkt aantoonbaar positief door te werken op de satisfactie van deze groep. Waar op dit moment ongeveer de helft van de mensen met mobiliteitsbeperkingen (nog) niet in een ouderenwoning gehuisvest is, zou dat percentage kunnen afnemen.

    Lees voor meer informatie het rapport. In het rapport zijn cijfers voor de trendraming en de alternatieve scenario’s opgenomen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 24-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    ABF arbeidsmarktrapportage

    Nederlandse arbeidsmarktstructuur naar sector en regio

    Het totale arbeidsvolume in Nederland bedraagt in 2015 6,5 miljoen full time equivalents. Dit arbeidsvolume komt overeen met 8,6 miljoen banen die worden vervuld door 7,6 miljoen werknemers en 1 miljoen zelfstandigen. Op basis van microbestanden van Centraal Bureau voor de Statistiek heeft ABF een arbeidsmarktanalyse uitgevoerd over omvang en samenstelling van de werkende beroepsbevolking naar sector en regio. De omvang en samenstelling zijn verbijzonderd naar 13 sectoren en 35 arbeidsmarktregio’s. De statistieken over de samenstelling maken verdelingen naar kenmerken als geslacht, leeftijd, herkomst, opleidingsniveau, deeltijdpercentage, arbeidsrelatie en mobiliteit inzichtelijk.

    • De gemiddelde leeftijd van de werkende beroepsbevolking in Nederland is 41,9 jaar. De gemiddelde leeftijd is het hoogst in de sectoren overheid (45,2 jaar) en landbouw (44,7 jaar). Horeca (35,7 jaar) en de Uitzendbranche (34,7 jaar) kennen kent de laagste gemiddelde leeftijd.
    • De hoogste gemiddelde inkomens worden genoten binnen de sectoren Informatie & Communicatie en Zakelijke dienstverlening.
    • Het aandeel zelfstandigen is binnen landbouw het hoogst, meer dan 50%.
    • Het arbeidsvolume in Nederland is tussen 2012 en 2015 met 2,6% afgenomen. In de Horeca is het arbeidsvolume het meest toegenomen (+2,3%). De grootste daling is opgetreden binnen de Bouw (-15%).
    • Binnen de regio’s Groot Amsterdam en Food Valley is het aandeel werkzame personen jonger dan 35 jaar het grootst (35%). Noord-Limburg, Zuid-Limburg en Zeeland kennen het hoogste aandeel banen dat wordt vervuld door 55+-ers (21%).

    ABF arbeidsmarktrapportage

    Meer weten?

    Neem contact op met Jeroen de Kort 015-27 99 341

  • 08-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Tussenrapportage Socrates 2016

    In dit rapport wordt de ontwikkeling van de woningmarkt geschetst voor de komende jaren. Omdat toekomstverwachtingen onzeker zijn, wordt hier gebruik gemaakt van een aantal demografische en macro-economische scenario’s. Daarnaast is plaats ingeruimd voor de effecten die uitgaan van het woonbeleid.

    Toekomstbeeld In deze studie is gebruik gemaakt van een aantal demografisch en macro-economische scenario’s. In alle scenario’s wordt uitgegaan van dezelfde demografische ontwikkeling conform de meest recente landelijke CBS- en regionale Primos-prognose. Voor wat betreft de inkomensontwikkeling wordt tot 2017 uitgegaan van de meest recente CPB-verwachtingen. Voor de langere termijn zijn hier meerdere scenario’s geformuleerd met een bandbreedte die enerzijds gebaseerd is op de langjarige inkomensontwikkeling en anderzijds op de verwachtingen van CPB en PBL in hun nieuwe lange termijn verkenningen. Concreet wordt uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse inkomensgroei per huishouden variërend van 0,3% (laag), via 0,8% (midden) tot 1,3% (hoog).

    Woonbeleid en verhuurdergedrag Verder is er aandacht voor de effecten van het woonbeleid. Dit beleid is inmiddels vastgelegd in regelgeving en de nieuwe Woningwet 2015. Maar nog niet zeker is hoe verhuurders om zullen gaan met de geboden ruimte. Daarom wordt in deze studie gewerkt met twee gedragsvarianten. Deze varianten verschillen in maatvoering waar het gaat om huurverhogingen, harmonisatie, inspelen op de passendheidsnorm en liberalisatie van het bezit. In de meest vergaande gedragsvariant (“voortvarend”) worden de huurinkomsten gemaximaliseerd. In de andere gedragsvariant (“voorzichtig”) ligt meer nadruk op het aanbieden van betaalbare huurwoningen.

    De verwachtingen in cijfers In het rapport staat het midden scenario centraal met een voortvarende invulling van het verhuurderbeleid.

    De hoofdconclusies van het rapport zijn:

    • Spanning op de woningmarkt neemt toe.
    • Koopsector en geliberaliseerde huursector in trek.
    • Gedrag van verhuurders van belang voor omvang middensegment.
    • Forse opgave voor de eerstkomende jaren op meerdere fronten.
    • Meer aanbod betaalbare huurwoningen zeer gewenst, mede gelet op de instroom van asielzoekers.
    • Middensegment zou substantieel deel van de voorraad moeten gaan uitmaken.
    • In koopsector waken voor (lokale) oververhitting.

    Lees voor meer informatie het volledige rapport. In het volledige rapport zijn cijfers voor alle scenario’s opgenomen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 08-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Tussenrapportage Primos 2016

    Primos geeft inzicht in de kwantitatieve woningbehoefte voor de korte en lange termijn. In het rapport ‘Tussenrapportage Primos 2016’ worden de voorlopige uitkomsten gepresenteerd. In deze voorlopige versie wordt rekening gehouden met de verwachtingen rondom de toegenomen instroom van asielmigranten.

    In het rapport wordt de vergelijking gemaakt met Primos 2013, de laatste versie die (mede) in opdracht van het ministerie van BZK is uitgevoerd. Na de zomer zal Primos 2016 definitief vastgesteld worden wanneer een aantal nu nog ontbrekende gegevens beschikbaar is.

    De belangrijkste uitkomsten

    • Toename van de bevolking als gevolg van omhoog bijgestelde instoom asielmigranten. Per saldo komt het totaal aantal inwoners in de nieuwste prognose hoger uit ten opzichte van Primos 2013: in 2016 is het verschil 54 duizend inwoners, waarna dit toeneemt tot ruim 240 duizend in 2030. De bevolkingsgroei doet zich in alle provincies voor.
    • 31 duizend huishoudens meer in 2030 ten opzichte van Primos 2013. Gegeven het verschil in de prognose van de bevolkingsomvang in 2030 is een huishoudenstoename van 31 duizend bescheiden. Redenen voor de ‘achtergebleven’ groei in het aantal huishoudens komen voort uit de ontwikkeling dat thuiswonende kinderen op latere leeftijd het ouderlijk huis verlaten.
    • Een uitbreidingsbehoefte van 790 duizend woningen voor de periode 2015-2030. Daarnaast laten berekeningen zien dat er een statistisch woningtekort is van 133 duizend woningen (1,8% van de voorraad) in 2015, oplopend naar 176 duizend in 2030 (2,1% van de voorraad). Op basis van de huishoudenprognose wordt een raming gemaakt van de woningbehoefte.

    Lees voor meer informatie het volledige rapport. Het rapport is voorzien van regionale uitkomsten. Interesse in de verwachtingen rondom de kwalitatieve woningbehoefte? Klik hier.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 10-02
    onderstaand publication-item is openbaar

    De woningbeleggersmarkt 2016

    In dit rapport wordt de ontwikkeling voor de woningbeleggersmarkt geschetst voor de periode 2016-2021. Dit op basis van enerzijds maatschappelijke ontwikkelingen en anderzijds beleidsmaatregelen.

    Het beeld voor 2016-2021 In 2015 heeft de woningmarkt zich krachtig hersteld. Het aantal woningverkopen is gestegen en ook de verkoopprijzen gaan weer omhoog. Ook wanneer naar de meer lange termijn ontwikkelingen gekeken wordt, is het signaal positief. De huishoudenprognose die in dit rapport gebruikt wordt komt hoger uit dan vorig jaar. Doordat er al enkele jaren sprake is van een oplopend buitenlands migratiesaldo, rekenen we nu op een groei met 70.000 huishoudens per jaar. Daarom is een productie van 80 tot 90.000 woningen zeer gewenst. Daarbij is nog geen rekening gehouden met een inloop van het tekort dat in de crisis ontstaan is en ook geen rekening gehouden met de nieuwste cijfers op basis van de actuele asielstromen.

    Achtergronden Het positieve toekomstbeeld wordt bepaald door een aantal factoren. Op de eerste plaats is er zoals gezegd de demografische groei. Op de tweede plaats gaan de inkomens de komende jaren flink omhoog. Op de derde plaats mag gerekend worden op een herstel van het vertrouwen in de koopsector. En op de vierde plaats speelt het overheidsbeleid mee waardoor de subsidies afgebouwd worden. Dat biedt kansen voor het markthuursegment. Wel zal de passendheidsnorm uit de Woningwet 2015 leiden tot een zekere prijsdruk op de huren in het gereguleerde segment. Dat kan op termijn ook doorwerken op het huurniveau in het markthuursegment.

    Verwachtingen Gegeven deze achtergronden komen er de komende vijf jaar (2016-2021) per saldo 316.000 woningen bij terwijl het aantal huishoudens toeneemt met 326.000. Daarbij groeit de koopsector over de volle breedte en in alle prijssegmenten door nieuwbouw en verkoop van huurwoningen. In de huursector houden nieuwbouw enerzijds en verkoop plus sloop anderzijds elkaar bijna in evenwicht. Per saldo verdwijnen 81.000 gereguleerde huurwoningen en komen er 66.000 geliberaliseerde huurwoningen bij: totaal een afname met  15.000 huurwoningen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 26-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Passend wonen

    Begin juni hebben Aedes en Woonbond een Sociaal Huurakkoord gesloten. Met dit akkoord willen deze vertegenwoordigers van sociale verhuurders respectievelijk huurders de jaarlijkse huurstijging de komende jaren beperken en de huurprijs sterker koppelen aan de kwaliteit van de woning. Vanuit beider zorg omtrent een dreigende afname van de voorraad sociale huurwoningen worden in het Sociaal Huurakkoord voorstellen gedaan om de voorraad sociale huurwoningen landelijk op peil te houden. In dat licht hebben beide organisaties aan ABF de opdracht gegeven onderzoek te doen naar ‘scheefwonen’.

    Doelstelling Doelstelling van het onderzoek is het in kaart brengen van dure en goedkope scheefheid en het aangeven van (beleids-)instrumenten waarmee deze vormen van scheefheid kunnen worden teruggedrongen.

    Opbouw rapport In hoofdstuk 1 van dit rapport wordt de bestaande kennis over scheef en passend wonen gepresenteerd, aan de hand van een historisch overzicht over visies en maatregelen in de huursector. In hoofdstuk 2 worden cijfers gepresenteerd op basis van een definitie die is afgeleid uit de EC-regelgeving en de passendheidstoets. In hoofdstuk 3 worden de mogelijke beleidsinstrumenten gepresenteerd. Daarna wordt in hoofdstuk 4 een advies gegeven.

    Advies Voorgestelde maatregelen voor de korte termijn (2 jaar) zijn: bevorder de doorstroming, faciliteer woningruil, vergroot de 5% ruimte uit de passendheidstoets, beperk de huurverhogingen en ontwikkel een segment van goedkope huurwoningen met tijdelijke contracten.

    Voorgestelde maatregelen voor de middellange termijn (2-6 jaar) zijn: zorg voor een transformatie van het corporatiebezit naar duurzame en blijvend betaalbare huurwoningen, werk aan een herziening van de huurtoeslag systematiek, stel in regio’s met een lage WOZ waarde de liberalisatiegrens omlaag bij en werk aan een meer gelijk speelveld tussen gereguleerde huursector, geliberaliseerde huursector en koopsector.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 22-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Arbeidsmarktanalyse horeca 2014

    Het aantal horecabedrijven is tussen 2007 en 2014 met 6% is gestegen, tot ruim 45.000 bedrijven die een arbeidsvolume aan werknemers bieden van 170.000 fte. 60% van de bedrijven heeft betrekking op dranken- en restaurantbranche. Wat betreft regionale ontwikkeling van het aantal horecabedrijven valt de ruime toename in de regio’s Flevoland, Groot-Amsterdam, Amersfoort, Midden Utrecht, Centraal Zuid-Holland op. In de periode 2009-2012 is een daling van het aantal horecabedrijven zichtbaar in Zuid-Limburg.

    De mbo-opleidingen horeca kennen ongeveer 25.000 deelnemers. De mbo-opleidingen horeca kennen vanaf 2011 een dalende lijn in het aantal deelnemers (ongeveer 1%-2% afname per jaar) . De clusters koken (40%) en de meer algemene horeca-richting (35%) zijn het meest populair.

    In de economische context en ten opzichte van andere segmenten van de Nederlandse arbeidsmarkt is de verwachte ontwikkeling in de omvang van de arbeidsmarkt in de bedrijfstak met -0,3% voor de periode 2013-2015 en +0,3% tussen 2013 en 2020 niet ongunstig. De Nederlandse arbeidsmarkt laat naar verwachting tussen 2013 en 2020 een daling zien van 0,5-1,0%. De bescheiden groei binnen de bedrijfstak tot 2020 manifesteert zich met name in Flevoland en rond de 4 grote steden. Binnen de bedrijfstak is de verwachte ontwikkeling van partycatering, hotels en fastservice relatief gunstig. Arbeidsmarktkrimp in Zeeland, Friesland, Drenthe en Limburg (afname van 2% tot 3% tot 2020) gaat gepaard met krimp van de beroepsbevolking in deze gebieden, ook in de leeftijdscategorieën die van belang zijn voor de bedrijfstak. Deze combinatie levert een licht oplopende arbeidsmarktspanning op in Zuid-Limburg, maar nergens treedt naar verwachting een tekort aan arbeidsaanbod op.

    De benodigde arbeidsmarktinstroom in de categorie 15 tot 24 jaar neemt de komende jaren met ongeveer 1% af vanwege de krimpende arbeidsmarkt, om daarna weer toe te nemen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Jeroen de Kort 015-27 99 341

  • 22-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Beroepsopleidingen detailhandel vanuit arbeidsmarktperspectief

    Beroepsopleidingen detailhandel vanuit arbeidsmarktperspectief

    Vanwege het belang van arbeidsmarktontwikkelingen voor de beroepsopleidingen detailhandel heeft Stichting Opleidingsfonds Detailhandel opdracht verleend om het Arbeidsmarktinformatiesysteem detailhandel (AIS Detailhandel) te vernieuwen. Het AIS Detailhandel omvat informatie over de arbeidsmarkt detailhandel, de instroom op de arbeidsmarkt en de beroepsopleidingen. Ook arbeidsmarktprognoses zijn onderdeel van het AIS Detailhandel. De rapportage die op basis van het AIS Detailhandel is opgesteld bevat de volgende conclusies:

    • In 2013 is het arbeidsvolume in de detailhandel 506.000 fte. Dit komt overeen met 847.000 werkende personen, waarvan 1 op de 8 zelfstandigen (105.000 zelfstandigen). Het arbeidsvolume is sinds 2009 met 3 procent gedaald.
    • De instroom bedroeg ruim 90.000 fte; 15 procent van de instromers heeft een afgeronde beroepsopleiding detailhandel.
    • Het jaarlijkse aantal gediplomeerden aan beroepsopleidingen detailhandel is tussen de schooljaren 2007/2008 en 2012/2013 met ruim 1.000 personen toegenomen tot 17.240 personen.
    • De verwachte ontwikkeling van het aantal gediplomeerden aan beroepsopleidingen detailhandel overstijgt voor de periode 2016-2020 de verwachte ontwikkeling van het aantal instromers in de detailhandel met een competentieniveau professional met 1% tot 4%.

    Meer weten?

    Neem contact op met Jeroen de Kort 015-27 99 341

2015
  • 09-12
    onderstaand publication-item is openbaar

    Primos rapport 2015

    Met dit rapport worden de uitkomsten en achtergronden gepresenteerd van de nieuwe Primos-prognose 2015. Opdrachtgevers voor deze prognose was dit jaar een negental provincies. Al meer dan 30 jaar stelt ABF ieder jaar opnieuw de Primos-prognose op. De naam van het model is al die jaren ongewijzigd gebleven, maar het model zelf en de onderliggende rekenprocedures en data zijn wel steeds veranderd, verbeterd en uitgebreid. Voor meer informatie over de (globale) werking van het model, zij verwezen naar het boekje "Primos, Transparantie in cijfers".

    De Primos-prognose levert informatie over het aantal inwoners, het aantal huishoudens, de woningvoorraad en de woningbehoefte. Bevolking en huishoudens worden onderscheiden naar relevante ingangen als leeftijd, etniciteit, soort huishouden en positie daarbinnen en inkomen. Woningen worden onderscheiden naar type (eengezins/meergezins) en eigendomssituatie (huur/koop). 

    De nieuwe Primos-prognose 2015 laat in vergelijking met de Primos-prognose 2013 tussen 2014 en 2025 een grotere uitbreiding van de woningvoorraad (+116 duizend) zien, en tevens een grotere toename van de woningbehoefte (+85 duizend). Ondanks het grotere bouwprogramma neemt dus ook de woningbehoefte in de nieuwe Primos-prognose toe. Dit impliceert dat de spanning op de woningmarkt verder op kan gaan lopen, indien het bouwprogramma niet verder omhoog zou gaan.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 06-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2015

    In opdracht van Kences, samenwerkingsverband van twaalf studentenhuisvesters, en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ABF Research de nieuwe landelijke monitor studentenhuisvesting opgeleverd. De monitor geeft per studentstad inzicht in de (verwachte) ontwikkeling van het aantal studenten en hun huisvestingsbehoefte. Voor deze prognoses is een rekenmodel ontwikkeld waarmee de landelijke Referentieraming van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) verdeeld wordt over 37 studentensteden. Bovendien wordt gebruik gemaakt van lokaal uitgezette enquêtes welke een beeld geven van de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte van studenten.

    Stijging aantal thuiswonende studenten Het aantal studenten blijft de komende acht jaar nog groeien, maar minder hard dan eerder werd ingeschat. Tot en met collegejaar ‘22-‘23 is nog een groei van vijf procent (32.000 studenten) voorzien. Vanaf collegejaar ’23-’24 wordt voor het gehele hoger onderwijs, als gevolg van demografische ontwikkelingen, een daling van het aantal Nederlandse studenten verwacht, tot op het niveau van dit moment. Daar komt nog bij dat studenten als gevolg van het studievoorschot, mogelijk langer thuis blijven wonen. Het gevolg hiervan kan zijn dat de vraag naar studentenhuisvesting niet meegroeit met het aantal studenten als geheel of zelfs afneemt. Het lijkt er dan ook op dat de taak van huisvesters om het tekort aan studentenwoonruimten te voorkomen minder groot wordt. Daartegenover staat echter nog wel de uitdaging om de studentenwoningvoorraad beter te laten aansluiten op de woonwensen.

    Stijgende woonlasten Gecorrigeerd voor inflatie zijn de gemiddelde woonlasten sinds het collegejaar ’12-’13 met zeven procent gestegen. Een uitwonende student betaalt gemiddeld 470 euro aan woonlasten per maand (inclusief bijkomende lasten en zonder aftrek huurtoeslag). Deze lasten zijn het afgelopen jaar sterker gestegen dan het gemiddelde studenteninkomen, waardoor nu 55 procent (t.o.v. 52 procent in ’12-’13) van het inkomen wordt besteed aan wonen.

    Mogelijk extra effect studievoorschot Het aandeel thuiswonende studenten is de afgelopen acht jaar gegroeid van 42 naar 44 procent. Op basis van het trendscenario zal het aantal uitwonende studenten de komende acht jaar nog toenemen met 22.000 studenten. In de monitor is daarnaast ook een Studievoorschotscenario opgenomen, waarbij verondersteld wordt dat studenten langer thuis blijven wonen. Dat zou kunnen leiden tot een afname van het aantal uitwonende studenten met 13.000 studenten in de komende acht jaar. Per studiestad zijn er echter behoorlijke verschillen.

    Internationale studenten: meer zicht op de exchange student In de monitor studentenhuisvesting 2015 zijn de studiepuntmobiele (ook wel exchange) studenten eruit gelicht, omdat dit een groep betreft waar nog weinig over bekend is. Het gaat hierbij jaarlijks om circa 25.000 studenten die een verkorte opleiding of programma volgen, van wie ruim de helft afkomstig is uit Europa. De komende jaren wordt een groei verwacht van het aantal studiepuntmobiele studenten als gevolg van de inspanningen van de onderwijsinstellingen. Dat heeft gevolgen voor de bouwopgave. Daarnaast wijken de woonwensen van deze studenten af van hun huidige woonsituatie; ze wensen meer zelfstandigheid en een grotere kameroppervlakte.

    Lees meer over Apollo.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 23-07
    onderstaand publication-item is openbaar

    Fortuna en het Piramidemodel - Transparantie in cijfers

    Vergrijzing en het toenemende aantal zorgvragers vormen een actueel beleidsthema. Daarbinnen is ook de huidige en toekomstige woonvraag van de vergrijzende bevolking een belangrijk aandachtpunt. Fortuna en het Piramidemodel richten zich op deze vraag naar wonen met zorg en de vraag naar geschikte huisvesting voor huishoudens met mobiliteitsbeperkingen.

    Voor beide modellen vormt het Primos-model de basis. Primos is het meest bekende prognosemodel van ABF Research. Het Primos-model is in ons land al jaren de standaard voor demografische prognoses op laag schaalniveau. Gezondheid, beperkingen en de daaruit voortvloeiende vraag naar wonen met zorg of fysieke woonkwaliteit hangen voor een belangrijk gedeelte samen met de vergrijzing en andere demografische ontwikkelingen.

    Ook Fortuna en het Piramidemodel zijn in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaard. Tal van organisaties, zoals rijksoverheid, gemeenten, corporaties en zorgorganisaties, maken gebruik van de jaarlijkse prognoses van Fortuna en het Piramidemodel.

    Het intensieve gebruik door een veelheid aan organisaties heeft bijgedragen aan de bekendheid van deze modellen. Om gebruikers adequate informatie te kunnen leveren is duidelijkheid omtrent de gebruikte uitgangspunten, de gemaakte prognoses, en de geschetste opgave onmisbaar. Onbekendheid met de werking van de modellen kan tot misverstanden leiden.

    Vandaar dat het hoog tijd werd om voor Fortuna en het Piramidemodel deze publicatie uit te geven. Hierin wordt een poging gedaan in simpele bewoordingen het model toe te lichten, zodat de uitkomsten van het model voor iedereen (nog) transparanter worden.

    Meer weten?

    Neem contact op met Judith Willems 015-27 99 343

  • 03-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Regionale effecten passendheidstoets

    Recent hebben zowel Tweede als Eerste Kamer ingestemd met de nieuwe Woningwet. Daarin zijn onder andere regels geformuleerd ten aanzien van een verscherpte woningtoewijzing. Toegelaten instellingen dienen bij nieuwe verhuringen aan tenminste 95% van de huishoudens met een potentieel recht op huurtoeslag, een woning te verhuren tot de aftoppingsgrens. Deze aanscherping geldt vanaf 2016.

    In de voorraad is er op macro niveau een zeker overaanbod van woningen onder de aftoppingsgrens (1,95 miljoen) in vergelijking met het aantal huurders dat in beginsel recht heeft op huurtoeslag (1,4 miljoen). Maar inzoomend op de huurders die de  twee jaar vóór het WOON 2012 verhuisd zijn, blijkt er sprake te zijn van evenwicht. In de twee jaar tijd voor het WoON2012 zijn 234.000 corporatiehuurwoningen onder de aftoppingsgrens verhuurd terwijl er 213.000 huishoudens met recht op huurtoeslag gehuisvest zijn. Daarmee had in principe een 100% passendheid gerealiseerd kunnen worden, maar in de praktijk is 72% bereikt.

    Meer recente cijfers op basis van de BBSH jaarverslagen laten zien dat de corporaties de afgelopen jaren steeds minder passend toewijzen en achterblijven bij de nieuwe norm. Dat komt mede doordat er steeds minder woningen onder de aftoppingsgrens beschikbaar komen. Hierdoor kan op dit moment niet aan de nieuwe passendheidstoets voldaan worden, enkel door gerichter toe te wijzen. Daar is meer voor nodig,

    Verder zijn er op dit moment grote verschillen tussen en binnen regio’s. In Noord Nederland (met uitzondering van Noord Drenthe) hebben alle corporaties in hoge mate passend toegewezen. Daarentegen is weinig passend toegewezen in de gespannen woningmarktgebieden van het Gooi en Leiden. Maar in de eveneens gespannen woningmarkt van Delft / Den Haag en Amsterdam is weer meer passend toegewezen. Niet de spanning op de woningmarkt maar de beschikbaarheid van woningen onder de aftoppingsgrens blijkt bepalend voor de mate van passend toewijzen. In regio’s met veel vrijkomende corporatiewoningen onder de aftoppingsgrens, wordt vaker passend toegewezen dan in regio’s met weinig woningen onder de aftoppingsgrens.

    Nagegaan is wat het kost om alle vrijkomende woningen in huurprijs te maximeren op de aftoppingsgrens zodat wel voldaan kan worden aan de passendheidsnorm. In dat geval zou het verlies aan huurinkomsten na twee jaar (2016-2017) ruim 100 miljoen bedragen. Per regio verschilt het beeld op deze korte termijn beperkt; in de meeste regio’s gaat het in 2017 om een derving van de huurinkomsten met minder dan 1%. Dit is overigens een royale inschatting van de huurderving, omdat een dergelijke matiging van de huur alleen aan de orde hoeft te zijn bij de doelgroep voor de huurtoeslag.

    Het geheel overziend lijkt de maatvoering van de passendheidstoets (95%) ambitieus in vergelijking met de toewijzing door corporaties op dit moment (circa 70%). Ook is er sprake van interferentie met in gang gezette prijsverhogingen op basis van kwaliteit. Indien de aftoppingsgrens zou gaan fungeren als nieuw plafond voor het gereguleerde segment van de corporatiesector, is de huurderving op korte termijn beperkt (minder dan 1% van de totale huurinkomsten) maar kan op langere termijn oplopen. Dit punt speelt des te meer waar bijzondere woonvormen een belangrijke plaats innemen en waar verduurzaming van de voorraad plaats vindt. Corporaties kunnen door gedragsaanpassingen het “woningmarktproces” overigens beïnvloeden zodat ook om die reden de effecten moeilijk precies in te schatten zijn.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 18-03
    onderstaand publication-item is openbaar

    Effecten van beleid van verhuurders onderzocht

    Deze gevoeligheidsanalyse geeft inzicht in de invloed van macro-economische factoren (economische groei, rente) en beleid van verhuurders (huurbeleid, investeringen, onderhoud en beheerkosten) op de financiële positie van corporaties en de betaalbaarheid van huurwoningen.

    Als startpunt voor de berekeningen is een toekomstbeeld geformuleerd met een trendmatig voortzetting van de demografische en economische groei. Binnen dit Trend-scenario zijn er twee gedragsvarianten die verschillen in mate van huurverhoging en twee gedragsvarianten die verschillen in mate van kostenreductie en mogelijke extra verkoop van woningen. Deze varianten   zijn onderling gecombineerd zodat er totaal vier gedragsvarianten resulteren. De uitkomsten laten zien hoe de huren, de woonlasten etc. zich ontwikkelen gegeven dit meest voor de hand liggende macro-economisch scenario.

    Daarna wordt verkend in welke mate de corporaties met aanvullende maatregelen invloed kunnen uitoefenen op hun financiële positie. Daar worden berekeningen gepresenteerd die aangeven wat het effect is van extra woningbouw, extra woningverkopen, verder terugdringen van kosten en minder onrendabel investeren. Verder wordt verkend welke bandbreedte er bij deze cijfers denkbaar is wanneer rekening wordt gehouden met alternatieve toekomstbeelden. Er is een scenario uitgewerkt met meer inkomensgroei en met minder inkomensgroei. Door de met elkaar corresponderende gedragsvarianten te vergelijken wordt duidelijk hoeveel er zou kunnen veranderen in de huren, de woonlasten e.d. door een andere inkomensgroei. Ook is berekend wat er zou kunnen veranderen door een andere rente stand.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 06-03
    onderstaand publication-item is openbaar

    Socrates 2014


    In dit rapport wordt de ontwikkeling van de woningmarkt geschetst voor de komende jaren. Omdat toekomstverwachtingen onzeker zijn, wordt hier gebruik gemaakt van een aantal demografische en macro-economische scenario’s. Daarnaast is plaats ingeruimd voor de effecten die uitgaan van de beleids­afspraken zoals gemaakt in het Woonakkoord.

    Toekomstbeeld

    In deze studie is gebruik gemaakt van een aantal demografisch en macro-economische scenario’s. In alle scenario’s wordt uitgegaan van dezelfde demografische ontwikkeling conform de meest recente landelijke CBS- en regionale Primos-prognose. Ten aanzien van de inkomensontwikkeling tot 2016 is uitgegaan van de meest recente CPB-verwachtingen. Na een daling van het gemiddeld huishoudeninkomen in de jaren 2009-2012, wijzen deze cijfers vanaf 2014 weer op een stijging. Voor de langere termijn zijn meerdere scenario’s geformuleerd met een bandbreedte die enigszins aansluit bij de langjarige inkomensontwikkeling. Over de periode 1972-2012 nam het gemiddeld huishouden inkomen met 0,3% boven inflatie toe. Concreet wordt in het (laagste) basisscenario uitgegaan van gelijkblijvende inkomens. In het middelste herstelscenario wordt gerekend op een stijging met +0,5% per jaar. In het (hoogste) herstelplusscenario bedraagt de inkomensgroei na 2016 1% per jaar.

    Beleidsafspraken

    In de prognose wordt rekening gehouden met beleidsafspraken uit het Woonakkoord. De afspraken staan vast, maar de wijze waarop met name verhuurders om zullen gaan met de geboden ruimte is onzeker. Daarom zijn twee gedragsvarianten uitgewerkt, die verschillen in maatvoering en de wijze waarop de verhuurdersheffing betaald kan worden: via huurverhoging dan wel andere maatregelen. De meest vergaande gedragsvariant (“voortvarend”) gaat er vanuit dat verhuurders de maximaal mogelijke huurverhogingen zoveel mogelijk doorvoeren. In de andere gedragsvariant (“voorzichtig”) wordt van een lagere huurstijging uitgegaan.

    De verwachtingen in cijfers

    In het rapport staat het herstelscenario centraal dat is uitgewerkt met een voorzichtige en een voortvarende invulling van het verhuurderbeleid.

    De hoofdconclusies van het rapport zijn:

    • Toename van de voorraad kleiner dan demografische groei
    • Nieuwbouw: evenwicht tussen huur en koopsector
    • Prijseffecten bestaande voorraad
    • Lagere inkomensgroepen: vaker eigenaar-bewoner
    • Kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod.

    Lees voor meer informatie het volledige rapport. In het volledige rapport zijn kerncijfers van de andere scenario’s opgenomen waarbij het lage basisscenario enkel is uitgewerkt met een voorzichtig verhuurderbeleid en het herstelplusscenario enkel met een voortvarend verhuurderbeleid. Dit vanuit het idee dat economische groei de mogelijkheden voor boven inflatoire huurverhogingen vergroot.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 28-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Prestatieafspraken 2014

    Woningcorporaties maken zogenaamde prestatieafspraken met gemeenten. Dit rapport beschrijft hoe deze afspraken geïnventariseerd zijn, geanalyseerd zijn en wat de resultaten zijn. Door een zeer intensieve zoektocht zijn nu, meer dan voorheen, de prestatieafspraken opgespoord en systematisch beschreven. De verzamelde afspraken hebben betrekking op 85% van het corporatiebezit. Grote gemeenten blijken vaker prestatieafspraken te maken dan kleine gemeenten. Bij corporaties is er een zelfde beeld: grote corporaties maken vaker prestatieafspraken dan kleine corporaties.

    Er zijn zeven hoofdthema’s geformuleerd:

    • Samenwerking
    • Nieuwbouw
    • Gewenste ontwikkeling van de voorraad
    • Betaalbaarheid en bereikbaarheid
    • Huisvesting van Doelgroepen
    • Kwaliteit en duurzaamheid en
    • Leefbaarheid en maatschappelijk vastgoed.

    Al deze abstract geformuleerde thema’s komen aan bod in vrijwel alle onderzochte prestatieafspraken. Maar de verdere uitwerking en benoeming van meer specifieke punten verschilt. De meest besproken top-drie is:

    • Woningverbetering
    • Nieuwbouw en
    • Leefbaarheid

    In de overeenkomsten overheersen fraai benoemde intenties. Bij vrijwel ieder beleidsthema zijn opmerkingen gemaakt die het karakter hebben van een intentie. Maar de mate waarin hierover vervolgens concrete prestatieafspraken gemaakt worden, is zeer beperkt.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 05-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Socrates 2015

    In dit rapport wordt de ontwikkeling van de woningmarkt geschetst voor de komende jaren. Omdat toekomstverwachtingen onzeker zijn, wordt hier gebruik gemaakt van een aantal demografische en macro-economische scenario’s. Daarnaast is plaats ingeruimd voor de effecten die uitgaan van het woonbeleid.

    Toekomstbeeld In deze studie is gebruik gemaakt van een aantal demografisch en macro-economische scenario’s. In alle scenario’s wordt uitgegaan van dezelfde demografische ontwikkeling conform de meest recente landelijke CBS- en regionale Primos-prognose. Voor wat betreft de inkomensontwikkeling wordt tot 2017 uitgegaan van de meest recente CPB-verwachtingen. Voor de langere termijn heeft het CPB geen recente vooruitzichten gepubliceerd. Om die reden zijn hier meerdere scenario’s geformuleerd met een bandbreedte die enigszins aansluit bij de langjarige inkomensontwikkeling. Concreet wordt in het (laagste) basisscenario uitgegaan van gelijkblijvende inkomens. In het middelste herstelscenario wordt gerekend op een stijging met +0,5% per jaar. In het (hoogste) herstelplusscenario bedraagt de inkomensgroei na 2016 1% per jaar.

    Woonbeleid en verhuurdergedrag Verder is er aandacht voor de effecten van het woonbeleid. Dit beleid is inmiddels vastgelegd in regelgeving en de nieuwe Woningwet 2015. Maar nog niet zeker is hoe verhuurders om zullen gaan met de geboden ruimte. Daarom wordt in deze studie gewerkt met twee gedragsvarianten. Deze varianten verschillen in maatvoering waar het gaat om huurverhogingen, harmonisatie, inspelen op de passendheidsnorm en liberalisatie van het bezit. In de meest vergaande gedragsvariant (“voortvarend”) worden de huurinkomsten gemaximaliseerd. In de andere gedragsvariant (“voorzichtig”) ligt meer nadruk op het aanbieden van betaalbare huurwoningen.

    De verwachtingen in cijfers

    In het rapport staat het herstelscenario centraal dat is uitgewerkt met een voorzichtige en een voortvarende invulling van het verhuurderbeleid.

    De hoofdconclusies van het rapport zijn:

    • Toename van de voorraad kleiner dan demografische groei
    • Nieuwbouw: evenwicht tussen huur en koopsector
    • Grote prijseffecten in de bestaande voorraad
    • Kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod blijft

    Lees voor meer informatie het volledige rapport. In het volledige rapport zijn kerncijfers van de andere scenario’s opgenomen waarbij het lage basisscenario enkel is uitgewerkt met een voorzichtig verhuurderbeleid en het herstelplusscenario enkel met een voortvarend verhuurderbeleid. Dit vanuit het idee dat economische groei de mogelijkheden voor hogere huren vergroot.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

2014
  • 04-11
    onderstaand publication-item is openbaar

    ABF arbeidsmarktrapportage - arbeidsmarktstructuur naar sector en regio

    Het totale arbeidsvolume in Nederland bedraagt in 2013 6,8 miljoen full time equivalents. Dit arbeidsvolume wordt ingevuld door 7,6 miljoen werknemers en ongeveer 1 miljoen zelfstandigen. Op basis van microbestanden van Centraal Bureau voor de Statistiek heeft ABF een arbeidsmarktanalyse uitgevoerd over omvang en samenstelling van de werkende beroepsbevolking naar sector en regio. De omvang en samenstelling zijn verbijzonderd naar 13 sectoren en 35 arbeidsmarktregio’s. De statistieken maken verdelingen naar kenmerken als geslacht, leeftijd, herkomst, opleidingsniveau, deeltijdpercentage, arbeidsrelatie en mobiliteit inzichtelijk.

    Meer weten?

    Neem contact op met Bert Marchal 015-27 99 334

  • 01-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2014

    In de komende jaren blijft het aantal studenten groeien. De komende acht jaar (de periode 2014-2022) neemt dit aantal toe met 54.000. Dat is een groei van circa 9%. Het aantal HBO voltijdstudenten neemt toe met 40.500. Het aantal WO voltijdstudenten neemt toe met 13.500. Deze groei doet zich over de volle breedte voor: bij jongens en meisjes, bij alle leeftijdsgroepen en in bachelor en masterfase.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 29-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Volkshuisvestelijke voornemens woningcorporaties 2014 - 2018

    Dit rapport beschrijft de voornemens van corporaties voor de periode 2014 tot en met 2018 en plaatst deze in perspectief met voornemens van de vorige twee jaargangen, de voorlopige realisatiecijfers van 2013 en het (definitieve) resultaat van 2012. De nadruk ligt hierbij op activiteiten die van invloed zijn op de omvang, samenstelling en kwaliteit van de voorraad en de inkomsten en uitgaven die met deze activiteiten gepaard gaan.

    Vrijwel alle informatie uit deze publicatie is afkomstig van de Prospectieve informatie (dPi). Voor de realisaties van 2012 is voor een aantal gegevens een uitzondering gemaakt en is gebruik gemaakt van de Verantwoordingsinformatie (dVi) 2012. Dit staat bij de betreffende figuren of tabellen uit het hoofdrapport vermeld.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 18-07
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woongedrag en zorggebruik ouderen

    2012 deden ABF Research en TNO samen onderzoek naar het zorggebruik en woongedrag van ouderen aan de hand van het WoonOnderzoek Nederland van 2009 en eerdere edities van dit onderzoek (Woningbehoeftenonderzoeken). Doel van het onderzoek was om antwoord te krijgen op vragen rondom de relatie woning, woonmilieu, verhuisgedrag, ruimtelijke spreiding en zorggebruik. Voor deze onderzoeken zijn de data uit het WoON en het WBO geanalyseerd en is over de uitkomsten gerapporteerd

    De gebruikte woononderzoeken gaven voor wat betreft het zorggebruik inzicht in de vraag of een huishouden wel of geen gebruik maakte van zorg en waaruit deze zorg bestond: thuiszorg, particuliere zorg of informele hulp. Over de mate van zorggebruik en eventuele kosten hiervan boden de woononderzoeken te weinig houvast. Ook werd inzicht gemist in de veranderingen in het zorggebruik door de tijd heen, tijdens de levensloop van mensen. Om hierin een verbeterslag te kunnen maken, is aansluiting gezocht bij de data over de zorgregistraties en eigen bijdragen in de AWBZ en Wmo. Deze data worden bijgehouden bij het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Ziektekosten (CAK) en via het CBS ontsloten.

    Voor dit nieuwe onderzoek zijn de gegevens van het CAK gekoppeld aan de respondenten die meegedaan hebben aan het WoON onderzoek van 2006 en 2009. Vanuit het WoON onderzoek is veel informatie bekend over huishoudenkenmerken en woonsituatie. Door aan deze WoON-gegevens de CAK gegevens te koppelen, ontstaat aanvullend inzicht in de intensiteit van het zorggebruik (uren per week) in combinatie met de woonomstandigheden. Alsmede is er de mogelijkheid om mensen te volgen gedurende een reeks van jaren.

    Binnen dit onderzoek zijn vier thema’s benoemd. In de komende hoofdstukken worden deze uitgewerkt

    • De relatie tussen de aanwezigheid van een partner en informele zorg enerzijds en de intensiteit van het zorggebruik anderzijds.
    • De verschillen in omvang van groepen met zwaardere thuiszorg naar huishoudensituatie, woonsituatie en woonmilieu.
    • De verandering in zorggebruik tijdens de levensloop.
    • De verschillen in zorgintensiteit binnen specifieke woonvormen voor ouderen versus gewone woningen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 06-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Bevolkingsgroei in steden

    In opdracht van de Ministeries van BZK en IenM heeft ABF de bevolkingsgroei in de Nederlandse steden geanalyseerd. Na drie decennia bevolkingsverlies als gevolg van spontane en geplande suburbanisatie zijn de grote(re) steden in Nederland vanaf halverwege de jaren tachtig weer in bevolkingsomvang toegenomen. Veel middelgrote en kleine steden groeien al decennialang. In dit rapport wordt de demografische ontwikkeling van steden en ommelanden in Nederland in beeld gebracht. Naast structurele factoren liggen er aan de huidige bevolkingsgroei in veel steden ook conjuncturele factoren ten grondslag.

    Structurele groei in steden De hernieuwde bevolkingsgroei in de grote(re) steden is geïnitieerd door enerzijds de sterke instroom van studenten als gevolg van de groei van het hoger onderwijs en anderzijds de instroom van niet-westerse allochtonen. Door economische en technologische veranderingen zijn goed bereikbare stedelijke regio’s met een hoogopgeleide bevolking bij bedrijven in kennisintensieve bedrijfstakken in trek. Agglomeratievoordelen werken daarbij in het voordeel van grote stedelijke regio’s.

    Ook het overheidsbeleid is van grote invloed. Na alarmerende rapporten in de jaren tachtig is er geïnvesteerd om de positie van de steden te verbeteren. Beleid op het gebied van ruimtelijke ordening, stedelijke vernieuwing en regionaal bestuur is van groot belang geweest voor de bevolkingsgroei in de steden. Woningbouwlocaties in en nabij de steden kregen onder de noemer ‘de compacte stad’ de voorkeur en werden mede door rijksbijdragen mogelijk gemaakt.

    Steden zijn niet alleen populair bij alleenstaanden en paren. Een toenemend aantal huishoudens met kinderen woont in de steden. De sterkst groeiende steden laten een spectaculaire relatieve verjonging zien en kennen een hoge natuurlijke aanwas. Deze steden trekken veel jonge mensen uit binnen- en buitenland.

    Niet alle steden in Nederland kennen een hoge bevolkingsgroei. Het palet loopt uiteen van zeer sterk groeiend tot stagnerend en krimpend. Naast omvang van de stad speelt ligging ten opzichte van het economisch kerngebied van Nederland en de aanwezigheid van instellingen voor hoger onderwijs een rol. Ook de mate waarin een stad de regionale groei heeft kunnen/mogen opvangen is mede bepalend voor de omvang van de stedelijke bevolkingsgroei.

    Conjuncturele bevolkingsgroei in stedenEr zijn daarnaast ook conjuncturele factoren die bij hebben gedragen aan de sterke groei van de steden in de periode vanaf de eeuwwisseling. Vanwege het lage geboortecohort eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn er momenteel relatief weinig dertigers in Nederland, een leeftijdsgroep die vaak de stad voor het ommeland verruilt. Daarnaast is er het effect van de crisis op de woningmarkt. Uit analyses van het binnenlands migratiesaldo blijkt dat de stroom 30-plussers en kinderen vanuit stad naar ommeland sinds het uitbreken van de crisis met een derde is verminderd.

    Prognose In de komende jaren concentreert de bevolkingsgroei zich in de steden en ommelanden in het midden van land. In het bijzonder groeit de bevolking sterk in de band die zich uitstrekt van Den Haag tot en met Zwolle en Arnhem. In deze band, maar ook daarbuiten, zo is de verwachting, groeien steden sterker dan ommelanden. In hoeverre deze verwachtingen uitkomen is echter sterk afhankelijk van de financiële mogelijkheden om in de steden te verdichten en stadsranden te transformeren. Grondopbrengsten zijn onder invloed van de prijsdaling op de koopwoningenmarkt en de overproductie van veel andere typen vastgoed sterk gedaald. Op korte termijn zal de bouw van veel kleine woningen, het delen van woningen, en mondjesmaatbouw in de uitlegwijken het beeld in de steden bepalen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 06-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Herziening MIT

    Medio 2013 is een drieluik van onderzoeken gestart met als doel te komen tot een herziening van de Monitor Investeren voor de Toekomst (MIT).

    De MIT geeft periodiek een beeld van de voortgang en de opgave op het gebied van de ouderenhuisvesting. Daarbij ligt het accent op twee typen woningen: voor ouderen geschikte woningen en verzorgd wonen. In de meest recente MIT (2012) is een prognose voor de woningbehoefte aan deze woonvormen gemaakt voor de periode 2012 tot 2021. De monitor voorziet voor de eerste jaren na 2012 een sterk groeiende behoefte aan verzorgd wonen. Dit is een gevolg van het huidige extramuraliseringsbeleid waarin de instroom van lagere zorgzwaartepakketten (ZZP’s) in verzorgings- en verpleeghuizen wordt beperkt.

    Naar schatting zullen op genoemde termijn circa 50 tot 60 duizend ouderen, die qua beperkingen vergelijkbaar zijn met de huidige intramurale cliënten in de betrokken zorgzwaartepakketten, niet langer toegelaten worden tot een intramurale instelling. Bij eerdere MITramingen is de aanname gebruikt dat 64 procent van deze ‘geëxtramuraliseerde’ ouderen naar verzorgd wonen zal vragen. Dit percentage van 64 volgt uit de veronderstelling dat 80 procent van de geëxtramuraliseerde ouderen al woont of wil wonen in een geschikte woning, en dat 80 procent daarvan vraagt naar ‘verzorgd wonen’. Empirische onderbouwing voor deze aanname ontbreekt.

    Hoofdvraag is naar welke type woning de ‘doelgroep extramuralisering’ zal gaan vragen, de zogenaamde kwalitatieve vraag. Hierbij maken we een onderscheid in de ‘noodzakelijke’ en ‘vrijwillige’ vraag.

    Meer weten?

    Neem contact op met Jaap van Galen 015-27 99 318

  • 09-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Actuele demografische ontwikkelingen en verwachtingen

    Ontwikkelingen 2005-2013Nederland kende de afgelopen jaren een, in omvang wisselende, bevolkingsgroei. In totaal is het aantal inwoners van Nederland tussen 1 januari 2005 en 30 september 2013 met 513.000 toegenomen. De wisselingen in de omvang van de bevolkingsgroei zijn voor een belangrijk deel te wijten aan fluctuaties in het buitenlands migratiesaldo. De economische en woningmarktcrisis heeft vooralsnog weinig demografische gevolgen: vanaf 2011 is het aantal geboorten gedaald. Naar verwachting is dit een tijdelijk effect.

    De bevolkingsontwikkeling is regionaal zeer sterk gedifferentieerd. De zogehetenTopkrimpgebieden kenden in de jaren 2005-2007 een relatief sterke krimp, circa 0,6% per jaar. In de daaropvolgende jaren nam de bevolking in deze gebieden minder snel af. In 2012 en 2013 zien we weer een toename van de krimp. In totaal is tussen 1 januari 2005 en 30 september 2013 de bevolking in de topkrimpgebieden met 32.000 (‑3,3%) afgenomen. In de anticipeergebieden fluctueert de bevolkingsgroei in deze periode tussen -0,03% en +0,19% per jaar. In totaal is de bevolking in deze gebieden met 17.000 toegenomen (+0,5%).

    De groei van het aantal huishoudens overtreft de bevolkingsgroei aanzienlijk. Het aandeel alleenwonenden neemt in vrijwel alle leeftijdscategorieën nog steeds toe. Uitzondering vormen de ouderen, de 65- tot 90-jarigen. Ook het aandeel eenoudergezinnen neemt nog steeds toe. Qua huishoudensontwikkeling wijken de topkrimpgebieden en, in mindere mate, de anticipeergebieden af van overig Nederland. Het aandeel alleenstaanden neemt in deze gebieden relatief sterker toe dan in overig Nederland.

    Ook buiten de krimp- en anticipeergebieden zijn er gemeenten met bevolkingsdaling. In totaal gaat het om 77 gemeenten in overig Nederland in de beschouwde periode. Zelfs in regio’s die sterk groeien, zoals het woningmarktgebied Amsterdam, zijn er gemeenten met bevolkingsdaling. In alle typen woningmarktgebieden komen krimpende, soms zelfs sterk krimpende gemeenten voor. In woningmarktgebieden met beperkte, gematigde en sterke krimp zijn de krimpende gemeenten echter in de meerderheid. Opmerkelijk is dat een aantal van de gemeenten in het topkrimpgebied in het noorden van het land tot het sterk groeiende woningmarktgebied rondom de stad Groningen worden gerekend. Zij kunnen blijkbaar niet “profiteren” van de sterke regionale groei.

    Vestiging vanuit het buitenland heeft in de topkrimp- en anticipeergebieden een dempend effect op de krimp. De migratie vanuit Oost-Europese landen is de afgelopen jaren toegenomen. In Zeeuwsch-Vlaanderen neemt sinds kort vanwege woningmarktmigratie het aantal inwoners met een Belgische achtergrond toe.

    Als gevolg van de demografische ontwikkelingen stijgt de gemiddelde leeftijd van de bevolking van heel Nederland. Sinds 1985 is deze met vijf jaar toegenomen van 35,6 tot 40,6 in 2013. In de topkrimpgebieden bedraagt de toename 7,3 jaar. De gemiddelde leeftijd is in deze gebieden nu 44,2. In de anticipeergebieden is de gemiddelde leeftijd met 7,1 jaar gestegen. In de Randstad is de stijging beperkt gebleven tot circa drie jaar. Meer dan voorheen gaan jongeren tegenwoordig studeren in studentensteden. Daarnaast trekt de werkgelegenheid in de Randstad veel jonge mensen.

    Verwachte ontwikkelingenDe meest recente nationale bevolkingsprognose van het CBS voorziet een toename van de bevolking van Nederland met 1.1 miljoen mensen in de periode tot 2040 (6,5%). Bevolkingsprognoses zijn echter met onzekerheden omgeven, het CBS schetst voor 2040 een bandbreedte in de prognose die uiteenloopt van krimp met ‑1,6% tot groei met 16,2%. Volgens de Primos-prognose 2013, die de nationale CBS-prognose als uitgangspunt gebruikt, mogen we voor de topkrimpgebieden in deze periode een daling van de bevolking met 16% verwachten, voor de anticipeerregio’s een daling met bijna 4%, terwijl het inwonertal in de overige delen van Nederland een groei met 11% zal laten zien. Het moge duidelijk zijn dat bij het geografisch detailleren van de prognose de onzekerheden verder toenemen.

    De verwachting is dat het aantal huishoudens in Nederland sneller toeneemt dan de bevolking. In de periode tot 2040 wordt een toename met 14,5% voorspeld. In de topkrimpgebieden (tezamen) wordt een stabiel aantal huishoudens verwacht tot rond 2023. Daarna zet een daling in en rond 2040 zal het aantal huishoudens met 10% zijn afgenomen. In de anticipeergebieden wordt een toename van het aantal huishoudens verwacht met 6%. Daarna, vanaf 2034, wordt een lichte daling voorzien.

    Lees meer over Primos

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 28-03
    onderstaand publication-item is openbaar

    De vraag naar studentenhuisvesting

    En het effect daarop van de kabinetsmaatregelen Hoger Onderwijs Het kabinet overweegt twee maatregelen voor het Hoger onderwijs: (1) invoering van een sociaal leenstelsel voor zowel de bachelorfase als de masterfase en (2) de afschaffing van de OV studentenkaart. Wat het effect van deze maatregelen op studentenaantallen en het gedrag van studenten zou kunnen zijn, wordt hier globaal in beeld gebracht op basis van een enquête onder studenten. Deze enquête is uitgezet onder studenten die eerder in 2013 meegedaan hebben aan de Landelijke Kences Monitor Studentenhuisvesting. Aan die landelijke monitor hebben in totaal 30.000 studenten meegedaan. Ongeveer de helft van deze respondenten gaf aan benaderbaar te zijn voor vervolg onderzoek. Deze 15.000 studenten zijn begin september benaderd met een nieuwe vragenlijst. Ruim 6000 studenten hebben op dat verzoek positief gereageerd. Op basis van die 6000 ingevulde vragenlijsten wordt hier gerapporteerd. Aan de studenten is de navolgende introductie meegegeven: “We willen je graag een aantal vragen stellen over de keuzes die jij gemaakt zou hebben indien deze maatregelen al ingevoerd zouden zijn. Je wordt gevraagd aan te geven of je in dat geval andere keuzes zou maken of gemaakt zou hebben.”

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 20-02
    onderstaand publication-item is openbaar

    Modernisering van het WWS: de Kamervarianten

    In het Woonakkoord dat het kabinet op 13 februari 2013 heeft gesloten met D66, ChristenUnie en SGP is het voornemen opgenomen om te komen tot een vereenvoudiging van het woningwaarderingsstelsel (WWS). Het vereenvoudigde stelsel maakt gebruik van een combinatie van de WOZ-waarde en het WWS. Randvoorwaarde daarbij is dat dit niet mag leiden tot een beperking van de verdiencapaciteit van de verhuurders op macroniveau of tot andere schokeffecten.
    Eind 2013 is een eerste verkenning hiervoor in de vorm van het rapport ‘Modernisering van het woningwaarderingsstelsel’ door minister Blok aan de Tweede Kamer gestuurd. Naar aanleiding van deze studie heeft een aantal Tweede Kamerfracties gevraagd om de effecten van in totaal zeven aanvullende varianten in beeld te brengen.
    Dit rapport presenteert de effectberekeningen van de zeven Kamervarianten. De resultaten zijn vergeleken met de Basisvariant, zijnde het huidige WWS, en met de twee varianten uit het rapport van eind 2013 die in de brief van minister Blok aan de Tweede Kamer specifiek aandacht kregen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 20-02
    onderstaand publication-item is openbaar

    Modernisering van het woningwaarderingsstelsel

    In dit rapport wordt, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), een aantal varianten uitgewerkt om het huidige woningwaarderingsstelsel (WWS) voor gereguleerde huurwoningen te moderniseren en vereenvoudigen. Dit gebeurt door een deel van de huurpunten volgens het WWS te vervangen door de WOZ-waarde van een woning. Ook zijn er varianten uitgewerkt waarin de schaarstepunten in het WWS worden vervangen. Bij de berekeningen gelden de randvoorwaarden uit het Woonakkoord van 13 februari 2013, namelijk dat de verdiencapaciteit van verhuurders op macroniveau gehandhaafd moet blijven en dat er geen sprake mag zijn van grote schokeffecten. De uitgewerkte varianten voor aanpassing van het WWS gelden alleen voor zelfstandige huurwoningen en niet voor kamerbewoning of zorgeenheden.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

2013
  • 20-12
    onderstaand publication-item is openbaar

    Ruimte voor vliegen, ruimte voor wonen

    De regio rondom Schiphol, de Noordelijke Randstad, kent een sterke economische en bevolkingsgroei. De aanwezigheid van Schiphol, alsook de aantrekkelijkheid van de regio als woongebied zijn belangrijke verklarende factoren achter deze groei. Het aantal vliegbewegingen op Schiphol neemt naar verwachting verder toe. In de zogeheten Alders-afspraken is een toename tot 510.000 vliegtuigbewegingen voorzien.

    De Primos-prognose 2011 becijfert de woningbehoefte in de zeven woningmarktregio’s rondom Schiphol voor de komende decennia op 402.000 woningen, waarvan 301.000 in de Metropoolregio Amsterdam. In het kader van het programma SMASH (Structuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer) wordt een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden om de spanning tussen vliegen en wonen op de korte termijn (2020) en de lange termijn (2040) in goede banen te leiden.

    Ten behoeve van de verkenning zijn vier mogelijke beleidsvarianten opgesteld die verschillen in de mate waarin er beperkingen aan de nieuwbouw van woningen rondom Schiphol worden opgelegd. Voorts zijn alle woningbouwplannen in de zeven woningmarktregio’s rondom Schiphol geïnventariseerd.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 20-12
    onderstaand publication-item is openbaar

    Evaluatie beoordeling juistheid geregistreerde objectkenmerken

    In opdracht van de Waarderingskamer heeft ABF Research de wijze waarop de Waarderingskamer de juistheid van de in WOZ-administraties geregistreerde objectkenmerken beoordeelt aan een evaluatie onderworpen. Met deze evaluatie heeft de Waarderingskamer tot doel om inzicht te krijgen in:

    • de mate waarin de resultaten van het Beoordelingsprotocol objectkenmerken juist en betrouwbaar zijn, zodat zowel de gemeente als de Waarderingskamer het oordeel over de kwaliteit van de geregistreerde objectkenmerken kan baseren op onderzoek aan de hand van dit protocol;
    • de mate waarin de werkwijze van de onderzoekers van de Waarderingskamer, indien de gemeente zelf geen gebruik maakt van het beoordelingsprotocol, leidt tot resultaten die juist en betrouwbaar zijn;
    • de mate waarin de beoordeling van de juistheid van de geregistreerde objectkenmerken bijdraagt aan de verbetering ervan bij de onderzochte gemeenten.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 16-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woonuitgaven van huurders en eigenaren-bewoners

    De woonuitgaven vormen een belangrijk thema in het Nederlandse woonbeleid, evenals de kwaliteit en beschikbaarheid van woningen. Dit rapport gaat in op de woonuitgaven van huurders en kopers in de periode 2009 - 2012. Een belangrijke bron hiervoor is het Woononderzoek Nederland (WoON). In deze studie wordt gebruikgemaakt van de resultaten van de 2012-editie van het WoON, die in april 2013 is verschenen. Dit rapport is een verdieping van de kernpublicatie WoON2012 ‘Wonen in ongewone tijden’1. In de kernpublicatie is de woonlastenontwikkeling 2009 - 2012 in de huur- en koopsector al weergegeven. Dit rapport over de woonuitgaven gaat verder door de uitgaven uit te splitsen naar diverse typen huishoudens. Daarnaast is ook een paragraaf opgenomen over recent beschikbaar gekomen informatie over onderhoudslasten van eigenaren-bewoners. Het rapport sluit af met een thematische verdieping over de woonuitgaven van ouderen. De kernpublicatie bevat aanvullend en breder cijfermateriaal, dat niet vindbaar is in dit rapport.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 27-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Landelijke Monitor Studentenhuisvesting

    In de komende jaren blijft het aantal studenten groeien en wel met 48.000 in de komende acht jaar: de periode 2013-2021. Dat is een groei van circa 8%. Het aantal HBO voltijdstudenten neemt toe met 28.000. Het aantal WO voltijdstudenten neemt toe met 20.000. Deze groei doet zich over de volle breedte voor: bij jongens en meisjes, bij alle leeftijdsgroepen en in bachelor en masterfase. De bron voor deze cijfers vormt de recent door het Ministerie van OC&W naar buiten gebrachte Referentie Raming 2013.1 Deze nieuwe Referentieraming 2013 is omlaag bijgesteld in vergelijking met de Referentieraming uit 2012. Werd vorig jaar nog een toename van het aantal studenten verwacht met 85.000 (in eveneens acht jaar tijd),de groei die nu verwacht wordt is met 48.000 aanzienlijk lager. OCW geeft als verklaring op voor deze lagere groei het feit dat (a) de instroom recent omlaag is gegaan en b) ook de gemiddelde verblijfsduur in het hoger onderwijs omlaag is gegaan.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 27-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Voorbeeld Lokale Rapportage

    ABF Research heeft medio 2012 in opdracht van Kences het Apollo model ontwikkeld, waarmee voor de grootste studentensteden de kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkelingen in de studentenhuisvesting in kaart worden gebracht. De kwantitatieve ontwikkelingen worden voorspeld op basis van een analyse van de studentenaantallen zoals geregistreerd door DUO. De kwalitatieve ontwikkelingen worden geschetst op basis van lokaal uitgezette enquêtes. Jaarlijks worden hiervoor in de diverse studentensteden, met medewerking van de instellingen voor hoger onderwijs en de diverse Kences leden, studenten benaderd met het verzoek een enquête in te vullen. In 2012 en 2013 hebben circa 30.000 studenten hieraan meegedaan. Op basis van deze enquêtes kan een beeld geschetst worden van de stand van zaken in studentenhuisvesting op dit moment. Het voorliggend rapport doet daar verslag van, voor de stad Leiden. 

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 24-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Analyse Scheefwonen

    Tijdens het algemeen overleg over de Woonvisie van 12 oktober 2011 en in een brief aan de Tweede Kamer van 15 december 2011 heeft toenmalig minister Donner toegezegd een nader onderzoek te laten verrichten naar scheefwonen op basis van het Woon Onderzoek Nederland (WoON) [Tweede Kamer 2011]. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.

    Met scheefwonen wordt in het kader van dit project bedoeld het niet passend wonen in financiële zin. Van scheefheid is sprake wanneer huishoudens een inkomen hebben dat niet past bij de hoogte van de huur die ze betalen, gegeven de kwaliteit van de woning. Scheefwonen gaat dus om de relatie tussen het inkomen van de huurder, de huurprijs en de kenmerken van de woning. Voor scheefwonen is niet één vaststaande definitie beschikbaar. Daarom is in het onderzoek gekeken naar de feitelijke woon- en inkomenssituatie van huishoudens in huurwoningen met een huur tot de liberalisatiegrens. Om de mogelijkheden en kenmerken van huishoudens die mogelijk scheefwonen weer te geven, zal in dit onderzoek informatie over verschillende inkomenscategorieën worden gepresenteerd. In het onderzoek is vooral gekeken naar de situatie van huishoudens in gereguleerde huurwoningen, met een inkomen tot of boven de grens van € 33.000 conform de regeling aangaande de inkomensafhankelijke huurverhoging1 (IAH). Het inkomensbegrip van het inkomensafhankelijke huurbeleid gaat uit van het verzamelinkomen. Aansluitend is gebruik gemaakt van de inkomensgrenzen uit de huurtoeslagregeling en grenzen die verder reiken dan de definities van de inkomensafhankelijke huurverhoging.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 20-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Heffing en investeringsaftrek

    verhuurderheffing” van februari 2013. In dat rapport zijn de extra huurinkomsten voor verhuurders berekend door het boven inflatoir en naar inkomen gedifferentieerd verhogen van de huren, conform het Woonakkoord van februari 2013. Ook de extra huurinkomsten die verhuurders tegemoet kunnen zien door extra huurharmonisatie, zijn daarbij meegenomen. Deze extra huurinkomsten zijn vervolgens vergeleken met de verhuurderheffing.

    De berekeningen welke in februari gemaakt zijn op basis van het op dat moment beschikbare Woon Onderzoek Nederland (WoON 2012) zijn inmiddels herhaald op basis van de definitieve resultaten van dit onderzoek. In bijlage A zijn de belangrijkste resultaten van deze update samengevat. Deze resultaten wijken in slechts geringe mate af van de in februari gepresenteerde cijfers. Het hier voorliggende rapport brengt een aantal varianten in beeld voor een investeringsaftrek welke aansluit op de genoemde verhuurderheffing. De basisgedachte hierbij is dat verhuurders een investeringsaftrek kunnen krijgen indien zij investeren in grote maatschappelijke opgaven in de huursector. De verschillende varianten die in dit rapport zijn uitgewerkt laten zien hoe groot de aftrek zou kunnen zijn, gegeven een gewenste of verwachte inzet vanuit de verhuurders enerzijds en een investeringsaftrek per woning anderzijds.

    De mogelijkheid van een investeringsaftrek voor verhuurders, laat het totaal beoogde bedrag van de verhuurderheffing echter onverlet. Dit betekent dat de investeringsaftrek gecompenseerd zal worden door een navenante verhoging van de heffing voor met name niet-investerende verhuurders. Daarbij dient de investeringsaftrek een zekere limiet te kennen. Gesteld is dat de verhuurderheffing na verhoging minder dan 2 maandhuren mag bedragen. Uitgaande van de jaarlijkse huursom voor gereguleerde woningen (ruim 13 miljard euro), betekent dit dat de heffing plus verhoging tezamen (2/12e) ofwel 2 miljard euro mogen bedragen. Gegeven de in het Woonakkoord afgesproken heffing van 1,7 miljard euro, bedraagt het investeringsbudget maximaal 300 miljoen euro per jaar. Algemene uitgangspunt is verder dat alleen verhuurders die de heffing betalen in aanmerking komen voor investeringsaftrek. In de eerder gemaakte berekeningen is er vanuit gegaan dat 25% van de particuliere verhuurders niet aan de heffing zal meebetalen omdat zij minder dan 10 woningen in bezit hebben.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 11-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningvoorraad gegevens Syswov 2012

    ABF Research onderhoudt voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het SYSteem Woningvoorraad (Syswov). Syswov levert uitgebreide informatie over de omvang en samenstelling van de huidige woningvoorraad, de ontwikkelingen in het verleden en de verwachtingen voor de toekomst. De onderscheiden woningcategorieën in Syswov zijn: eigendomsverhouding (koop, particuliere huur en sociale huur), woningtype (eengezins en meergezins), grootte (aantal kamers) en bouwjaarklasse. Syswov biedt niet alleen informatie over de stand van de woningvoorraad, maar ook over de processen die de ontwikkeling van de woningvoorraad bepalen: nieuwbouw, productie anderszins, woningonttrekkingen en woningverkopen tussen de huur en de koopsector. Syswov 2012 is nu beschikbaar. Het model biedt een overzicht van de gerealiseerde ontwikkelingen vanaf 1971 tot 2012, tot op 4-cijferig postcodeniveau.

    Recente ontwikkelingen
    De woningproductie was in 2011, net als in 2010, zeer laag vergeleken met voorgaande jaren. De ontwikkelingen reflecteren de huidige crisis op de woningmarkt en de schuldencrisis. De nieuwbouw is na een voorlopig dieptepunt van 56.000 woningen in 2010, in 2011 licht gestegen tot 57.700 woningen. Het herstel in de koopsector is heel beperkt geweest omdat er weliswaar meer eengezinswoningen zijn gebouwd, maar tegelijk daalde de bouw van koopappartementen verder. De nieuwbouw in de sociale huursector steeg in 2011 met 2.000. Tegelijk daalde echter de nieuwbouw door de particuliere huursector.

    In Syswov 2012 is nog geen ijking van de modelresultaten op basis van het WoON 2012 uitgevoerd. Dat zal gebeuren in het komende Syswov 2013 project. Dan zal bovendien naar een afstemming met de BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) worden gezocht en zal een prognose van de voorraadontwikkeling worden opgesteld die aansluit bij de Primos prognose 2013.

    BAG
    Met ingang van statistiekjaar 2012 zal ook het CBS de voorraad wonen en overige gebouwen (en mutaties daarin) bepalen op basis van de BAG. De definities die in de BAG worden gehanteerd verschillen van de definities die het CBS tot 2011 hanteerde in de voorgaande woningvoorraadstatistieken. Dit zal naar verwachting leiden tot een forse discontinuïteit in de door Syswov gesimuleerde tijdreeksen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 06-03
    onderstaand publication-item is openbaar

    Eindrapport Kwantitatieve analyse

    De Woonvisie van minister Donner agendeert het thema vergrijzing en schetst de beleidsinzet op dit thema. In de Woonvisie kondigt de minister aan de gevolgen van de vergrijzing voor het wonen nader in kaart te zullen brengen in een verkenning vergrijzing en wonen met zorg. Deze verkenning zal zich concentreren op ontwikkelingen in de vraag naar en het aanbod van wonen met zorg. Er zijn met name veel vragen omtrent de toenemende vraag naar zorg van zelfstandig wonende ouderen en over de beleidsveranderingen in het domein van de zorg en hun doorwerking op de woningmarkt. Ook het verhuisgedrag van deze groep woonconsumenten en de daarmee samenhangende dynamiek op de woningmarkt zijn van belang.

    Aan deze verkenning heeft ABF samen met TNO een bijdrage geleverd door een kwantitatieve analyse uit te voeren waarmee een beeld geschetst wordt van: trends, trendbreuken, wensen van ouderen, gedrag van ouderen en knelpunten voor ouderen op het gebied van wonen en zorg. Hierbij is met name gebruik gemaakt van de reeks van Woningbehoefte- respectievelijk Woononderzoeken Nederland over de jaren 2002-2009.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 01-03
    onderstaand publication-item is openbaar

    Huurbeleid en verhuurderheffing

    In het regeerakkoord tussen VVD en PvdA van 29 oktober 2012, is hoofdstuk 10 gewijd aan de woningmarkt. Hierin staan maatregelen voor huur en koopsector. Op 13 februari 2013 zijn aanvullende afspraken op het regeerakkoord gemaakt. In dit rapport wordt nader ingegaan op de maatregelen en effecten ten aanzien van de huursector.

    Uit het regeerakkoord:

    “Voor het gereguleerde deel van de huursector worden gedifferentieerde huurverhoging mogelijk gemaakt. Voor huurders met een huishoudinkomen tot 33.000 is dat 1,5 procent plus inflatie. Bij mensen met een inkomen tussen de 33.000 en 43.000 gaat het om 2,5 procent bovenop de inflatie. Boven de 43.000 is de huurverhoging 6,5 procent plus inflatie. Hierbij blijft de huurtoeslag intact om gereguleerde woningen voor lagere inkomens betaalbaar te houden. Verhuurders mogen werken met een huursombenadering. De huurliberalisatiegrens blijft gehandhaafd. Het systeem voor woningwaardering wordt sterk vereenvoudigd met als grondslag 4,5 procent van de waarde op basis van de wet waardering onroerende zaken. De extra huuropbrengsten die het gevolg zijn van de maatregelen in de huursector worden via een heffing afgeroomd.”

    In de afspraken van 13 februari 2013 is overeengekomen de boveninflatoire huurverhogingen te beperken tot 1,5, 2% resp. 4% (boven inflatie). Tegelijk is het bedrag van de verhuurderheffing verlaagd.

    In dit rapport worden de extra inkomsten voor de huursector berekend door het boven inflatoir en naar inkomen gedifferentieerd verhogen van de huren. Deze extra inkomsten worden afgezet tegen de verhuurderheffing. Dit zowel op landelijk als regionaal niveau voor de komende jaren (2013-2017). 

    Meer weten?

    Neem contact op met Bert Marchal 015-27 99 334

2012
  • 05-12
    onderstaand publication-item is openbaar

    Horeca: Reviews Reviewed

    Vaak wordt gezegd dat de krachtigste reclame mond-tot-mondreclame is vanwege de geloofwaardigheid voor de consument. In het huidige digitale tijdperk worden meningen direct met de halve wereld gedeeld via reviewwebsites en sociale netwerken. Deze meningen hebben doordat ze van bekenden of andere consumenten afkomen eveneens een grote geloofwaardigheid. Daarnaast worden veel meer mensen via deze weg bereikt en kan het voor de horeca dus gezien worden als de belangrijkste en beste reclamezuil die er momenteel is.

    Deze relatief nieuwe vorm waarmee consumenten meningen uitwisselen heeft ook een keerzijde en kan als het zwaard van Damocles boven het hoofd van horecaondernemers hangen. Want waar positieve reviews goede reclame kunnen zijn en bezoekers kunnen aantrekken, kan een enkele negatieve review dit in één keer teniet doen en verstrekkende gevolgen hebben. Het kan dus zowel een kans als bedreiging zijn, en het is aan de horecaondernemer om van iedere gast een ambassadeur van zijn onderneming te maken.

    Al deze reviews en meningen die op internet worden geplaatst bieden ook nieuwe mogelijkheden voor het onderzoeken van het consumentengedrag. Voor het digitale tijdperk met reviewwebsites en sociale netwerken was het onhaalbaar om meningen van duizenden mensen te verzamelen. De reviewwebsites Iens.nl (circa 15.000 eetgelegenheden, 131.000 reviews en 317.000 meningen) en Eet.nu (circa 21.000 eetgelegenheden en 164.000 reviews) hebben hun database beschikbaar gesteld. De omvang van deze databases zorgt ervoor dat er op macroniveau een analyse van de beoordelingen uitgevoerd kan worden met uitsplitsing naar diverse kenmerken als regio, leeftijd auteur en type restaurant.

    De rapportage “Reviews Reviewed” bespreekt de analyse van deze enorme dataset en geeft in hoofdlijnen inzicht in welke kenmerken een rol spelen bij de beoordeling van een restaurant.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 26-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Opgave stedelijke vernieuwing en woningbouw

    De inzet voor stads- en dorpsvernieuwing en later stedelijke vernieuwing heeft in de afgelopen decennia de kwaliteit van het wonen en leven in steden en dorpen aantoonbaar verbeterd. Stedelijke vernieuwing staat echter voor nieuwe uitdagingen nu de financiële middelen van betrokken partijen onder druk staan. Om een beeld te geven van de opgave heeft ABF Research BV in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en met betrokkenheid van VNG, vertegenwoordigers van de steden en IPO een behoefteraming stedelijke vernieuwing en woningbouw opgesteld. Daarbij is gekozen voor twee hoofdvarianten: een ‘klassieke’ basisraming. Dat wil zeggen vergelijkbaar met eerdere behoefteramingen maar aangepast aan de veranderende omstandigheden. Daarnaast is er een raming uitgewerkt die aansluit bij de ontwikkelingen zoals geschetst in het essay ‘stedelijke vernieuwing op uitnodiging’ en de voortgangsrapportage stedelijke vernieuwing van BZK. Dat is de zelfherstel raming genoemd. De ramingen zijn gericht op de nieuwbouw of herstructurering van woningbouw en erbij behorende openbare ruimte en voorzieningen. Overige herstructurering van bijvoorbeeld (niet-) commercieel vastgoed en aanpak van enkel openbare ruimte zitten er niet in. De vraag naar woningen, mismatch op de woningmarkt en de woningprijzen liggen in ons land regionaal erg verschillend.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 17-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningmarktverkenning Wageningen 2010-2030

    In het voorjaar van 2011 heeft ABF Research in opdracht van de gemeente Wageningen, De Woningstichting en Idealis een woningmarktverkenning uitgevoerd. Een van de conclusies uit deze verkenning en de afsluitende presentatie was dat het monitoren van zowel ontwikkelingen als voorspellingen belangrijk is en nog belangrijker wordt als gemeente, corporaties en andere partijen op de woningmarkt zo goed mogelijk willen (blijven) anticiperen op de toekomst en hun beleid willen toetsen.

    Begin 2012 hebben de gemeente en de woningcorporaties ABF opdracht gegeven de woningmarktverkenning jaarlijks te actualiseren, voor een periode van 3 jaar, op basis van de meest recente prognosemodellen en inzichten. In het woningmarktmodel Socrates zijn in 2011 voor het eerst maatregelen van de overheid met betrekking tot de woningmarkt opgenomen

    De resultaten uit Primos 2012 en Socrates 2012 zijn, met een eveneens gewijzigde rapportageopzet, kort en bondig beschreven in drie documenten met factsheets: voor de ontwikkelingen in de bevolking en huishoudens (Primos 2011), voor die op de woningmarkt (Socrates 2011) en voor het Strategisch Voorraadbeleid van corporaties, De Woningstichting in het bijzonder (SVB 2011).

    In de samenvatting van het rapport zijn de belangrijkste resultaten weergegeven, vergezeld van aanbevelingen. Tevens zijn op hoofdlijnen de verschillen met de vorige verkenning op basis van Primos 2010 en Socrates 2010 beschreven.

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

  • 24-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Behoefte aan studentenhuisvesting blijft toenemen

    In de periode 2012 - 2020 blijft het aantal studenten groeien met 85.000: een toename van circa 15%. De bron voor deze cijfers vormt de recent door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar buiten gebrachte Referentieraming 2012. In opdracht van Kences en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en in samenwerking met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is nu een monitor studentenhuisvesting ontwikkeld, welke voortbouwt op de nationale Referentieraming 2012. Deze monitor bestaat uit de resultaten van het prognosemodel (het zogenaamde Apollo-model) en een informatiesysteem waarmee de cijfers de komende jaren gevolgd zullen worden. Met het Apollo-model wordt het aantal studenten per stad voorspeld, van Amsterdam tot Zwolle; in totaal voor 29 studentensteden. Deze prognose wordt bovendien vertaald in een kwantitatieve en een kwalitatieve opgave voor de studentenhuisvesters.

    KwantitatiefIn alle steden groeit het aantal studenten tot 2020. Er zijn duidelijke verschillen tussen de studentensteden. In Amsterdam groeit het aantal studenten met ruim 20.000. Goede tweede vormen Groningen (6.700), Utrecht (7.500) en Rotterdam (6.000). Dat zijn overigens de steden waar nu ook al de meeste studenten studeren. Verhoudingsgewijs wordt een sterke groei verwacht in Wageningen, opnieuw Amsterdam, Delft en Den Bosch: zo’n 20% toename.

    KwalitatiefHet totaal aantal studenten neemt tussen 2012 en 2020 dus toe met 85.000. Het aantal studenten dat uitwoont in de stad waar men studeert zal naar verwachting toenemen met 27.000. Bovendien komen er naar verwachting 6.000 buitenlandse studenten bij. Totaal resulteert dit in een toename van de groep die de studentenhuisvesters primair huisvesten, met 33.000 extra studenten.

    Wanneer deze groei van het aantal studenten gecombineerd wordt met de woonwensen van de studenten, dan blijkt dat slechts hier en daar en voor slechts een zeer klein deel dit aanbod zou moeten bestaan uit kamers met gedeelde voorzieningen. Daarentegen zou circa de helft van het extra aanbod moeten bestaan uit kamers met eigen voorzieningen. De rest van het gewenste extra aanbod zou aangeboden moeten worden als zelfstandige woonruimte; reguliere woningen waar studenten net als andere mensen graag in willen wonen.

    RapportageEen landelijke rapportage is beschikbaar vanaf 27 september om 12.00 uur.
    Lokale rapportages voor de 29 studentensteden komen vanaf eind oktober beschikbaar.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 28-08
    onderstaand publication-item is openbaar

    Socrates - Transparantie in cijfers

    Het meest bekende prognosemodel van ABF Research is ongetwijfeld het Primos-model. Het Primos-model is in ons land al jaren de de facto standaard voor demografische prognoses. Het in dit boekje beschreven Socrates-model is eveneens in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaard. Er is geen ander rekenmodel waarmee op een enigszins vergelijkbare wijze en frequentie prognoses worden opgesteld voor vraag en aanbod op de woningmarkt. Vandaar dat het Socrates-model net als het Primos-model een grote bekendheid geniet. Tal van organisaties – zowel vanuit het publieke domein als vanuit de particuliere sector – maken gebruik van de jaarlijkse Socrates-prognoses.

    Het intensieve gebruik door een veelheid van organisaties – variërend van gemeenten, via provincies tot rijksoverheid, van corporaties tot Waarborgfonds, van een individueel bouwbedrijf tot NVB en Neprom, van beleggers tot IVBN en van ontwikkelaars tot Rabobank – heeft bijgedragen aan de bekendheid van dit model. Om deze gebruikers adequate informatie te kunnen leveren is het model de afgelopen jaren wetenschappelijk verbeterd maar vooral aangepast aan steeds weer nieuwe beleidsvragen. Daarbij heeft het Socrates-model zich bewezen als een levend en voor verschillende vraagstukken toepasbaar model.

    Vandaar dat het hoog tijd werd om ook voor dit model (net als voor het Primosmodel) een boekje uit te geven. Met dit boekje wordt een poging gedaan in simpele bewoordingen het model toe te lichten, zodat de uitkomsten van het model voor iedereen (nog) transparanter worden.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 28-08
    onderstaand publication-item is openbaar

    Het wonen overwogen

    De economische crisis heeft een grote invloed op de woningmarkt. De vraag naar woningen is sterk teruggelopen, met alle gevolgen van dien voor de bouwproductie. Uit het WoON2009 blijkt echter dat de wens van Nederlanders om te verhuizen in 2008 en 2009 op peil is gebleven, maar dat zij vanwege de crisis hun verhuisplannen uitstellen. Dit betekent dat de vraag naar het aantal woningen na de crisis weer zal toenemen.

    Verder zijn Nederlanders over het algemeen tevreden met hun woning en woonomgeving. Tegelijkertijd willen in 2009 bijna 2 miljoen huishoudens (waarvan 600.000 starters) verhuizen. Veel mensen verhuizen vanwege de woning of de woonomgeving. Dat kan zijn omdat men een ruimere woning wenst of omdat er sprake is van overlast of onveiligheid in de directe woonomgeving. Meer dan de helft van de mensen verhuist echter om persoonlijke redenen zoals vanwege werk, gezondheid, samenwonen of scheiding.

    Deze inzichten – en nog vele andere – blijken uit het nieuwe WoonOnderzoek Nederland (WoON). Deze publicatie beschrijft de huidige woonsituatie van de Nederlanders, hun woonwensen en woonbeleving. Het WoON wordt om de 3 jaar herhaald, zodat trends gevolgd kunnen worden.

    Het WoON 2009 is een initiatief van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI) en is in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uitgevoerd. Alhoewel het WoON een traditie heeft die terug gaat tot de jaren 60, is de onderzoeksmethodiek modern. Webinterviewing wordt gecombineerd met telefonische en persoonlijke interviews. In totaal zijn er tussen september 2008 en mei 2009 ruim 78 duizend mensen geïnterviewd over hun woonsituatie en –wensen. De enquêtegegevens worden gecombineerd met informatie die via registers beschikbaar is. De enquêtedruk voor burgers is afgenomen en de betrouwbaarheid van de gegevens is vergroot.

    Het WoON 2009 zit boordevol informatie over de actuele situatie op de woningmarkt. Niet alle informatie kan in één keer worden ontsloten. Deze kernpublicatie geeft u een overzicht van de uitkomsten op de belangrijkste thema’s. Er volgen nog verschillende deelpublicaties waarin dieper op onderwerpen zal worden ingegaan.

    Verder verwijzen wij u graag naar www.cbs.nl en het energieportal. WWI streeft ernaar om met maatschappelijke partijen vanuit een gedeelde kennisbasis naar oplossingsrichtingen te zoeken. De nieuwe WoONgegevens en deze kernpublicatie kunnen hierin een belangrijke rol spelen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 07-08
    onderstaand publication-item is openbaar

    Toestand van het Brabantse Milieu 2012 - Nulmeting

    Uitgevoerd in opdracht van Provincie Noord-Brabant

    In deze rapportage zijn zeven milieuthema’s opgenomen om de toestand van het Brabants Milieu in kaart te brengen en ontwikkelingen te monitoren. Deze zeven thema’s betreffen Externe Veiligheid, Luchtkwaliteit, Geur, Geluid, Geluid en Luchtvaart, Bodem en Stortplaatsen.

    Ieder thema wordt door middel van een of meerdere indicatoren gemeten. Deze indicatoren zijn in het Provinciale Milieuplan (PMP) vastgesteld. De 'profieltaart' in de rapportage geeft een samenvattend beeld van alle thema’s en onderliggende indicatoren. Daarnaast is uit de profieltaart ook op te maken hoe de provincie als geheel ten aanzien van het Brabants Milieu er voor staat.

    Gezien het huidige doelbereik tussen 60%-79%, kan worden gesteld dat de provincie Noord-Brabant ten opzichte van het recente verleden reeds vorderingen gemaakt heeft in het behalen van haar doelstellingen voor 2015. Van de zeven gerapporteerde thema’s voldoet het overgrote deel aan de normen, of zijn knelpunten al aangepakt. De verwachting is dat vervolg zal worden gegeven aan deze positieve ontwikkelingen. De uitzonderingen vormen de thema’s Lucht, Geur en in mindere mate Externe Veiligheid. Hier zijn nog niet alle doelstellingen dan wel normen gehaald en zal in de komende jaren nog de nodige aandacht van de provincie vergen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Jan Hooft van Huijsduijnen 015-27 99 342

  • 27-07
    onderstaand publication-item is openbaar

    Apollo - Transparantie in cijfers

    Sinds jaar en dag laten de kranten in september weten dat een nieuwe lichting studenten dringend op zoek is naar kamers. Enkele jaren terug zijn initiatieven ontplooid om het structureel ogende tekort aan kamers voor studenten op te lossen. Met nieuwe oplossingen als containerwoningen is er voor gezorgd dat de afgelopen jaren de krapte ogenschijnlijk minder is geworden. 

    Tegelijk echter vragen zowel studentenhuisvesters als universiteiten zich af of ze  de komende jaren wel in staat zijn om de groei van het hoger onderwijs zoals  die nu voorzien wordt op te vangen. De prognoses van het Ministerie van OCW  (Referentieraming) geven aan dat het aantal HBO en WO studenten tussen 2010  en 2020 fors toeneemt.  

    Tegen deze achtergrond is het initiatief genomen om de vraag naar studentenhuisvesting zowel kwantitatief als kwalitatief beter in beeld te brengen. Met een prognosemodel zou jaarlijks de groei voorspeld moeten worden. En door die prognoses steeds weer te monitoren zou de kwaliteit van de prognoses stapsgewijs verhoogd moeten worden. 

    Kences heeft een centrale rol gespeeld in dit initiatief. Kences is in 1999 opgericht als het overkoepelende orgaan voor de studentenhuisvesting in de breedste zin van het woord. De deelnemende organisaties zijn in bijna alle studentensteden actief en huisvesten ruim 60.000 studenten. Het gaat hierbij zowel om huisvesting voor Nederlandse studenten alsook voor studenten uit andere delen van de wereld. 

    In dit boekje wordt het model waarmee de vraag naar studentenhuisvesting per stad voorspeld kan worden uiteengezet. Dit model heeft de naam Apollo meegekregen.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 05-07
    onderstaand publication-item is openbaar

    Berini 2012

    Deze rapportage heeft tot doel de bruto, netto en belastbare inkomens inzichtelijk te maken voor gangbare categorieën binnen de volkshuisvesting. Hierbij worden vele toeslagen, kortingen en dergelijke meegenomen.

    Voor de bepaling van het inkomenstraject is gebruik gemaakt van het programma Berini. Hiermee kan men het bruto, belastbaar, besteedbaar en netto inkomen van verschillende huishoudtypen berekenen. Omdat Berini uitgaat van veronderstellingen die niet voor iedereen afzonderlijk gelden, kan Berini niet altijd gebruikt worden voor een exacte berekening van individuele inkomens. Tenzij anders vermeld, wordt voor de bepaling van het bruto-netto traject uitgegaan van een werknemer in loondienst. Er is aangesloten bij de CPB-uitgangspunten van begin 2012, zoals voor de pensioenpremies. De inkomens zijn berekend voor alleenstaanden, samenwonenden en eenoudergezinnen met twee kinderen. De bedragen betreffen jaarcijfers, inclusief vakantiegeld.

    De inkomens hebben betrekking op het jaar 2012 (situatie per 1 januari). Zowel de inkomensgerelateerde als huurgerelateerde parameters van de huurtoeslag (en daarmee de afbakening van de doelgroep van het volkshuisvestingsbeleid) worden tegenwoordig per 1 januari aangepast.

    Meer weten?

    Neem contact op met Bob Ferment 015-27 99 346

  • 26-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Perspectieven vastgoedmarkt Midden-Nederland

    De Kamer van Koophandel Midden-Nederland heeft mede in het licht van de crisis de perspectieven voor de vastgoedmarkt van kantoren, bedrijfsterreinen, winkels en woningen in beeld gebracht. ABF Research ondersteunde de Kamer van Koophandel met demografische, woningmarkt en arbeidsmarktramingen.

    Regiospecifieke demografische ontwikkelingen vragen om regiospecifiek woningmarktbeleid dat afgestemd is op de bestaande woningvoorraad, de economische vooruitzichten, en nieuwe wet- en regelgeving (huurbeleid, hypotheekverstrekking) Midden-Nederland kent de komende decennia bevolking- en huishoudensgroei in de stedelijke regio Utrecht en Heuvelrug & Vallei. De regio’s Utrecht-West, Alblasserwaard & Vijfheerenlanden en Rivierenland vertonen geen groei of zelfs krimp. De groei vindt plaats bij oudere en kleine huishoudens, uitgezonderd in de twee stedelijke regio’s waar de groei van jongeren positief is.

    De Kamer van Koophandel Midden-Nederland stelt daarom dat met de ontwikkeling van vastgoed anders moet worden omgegaan. Deze ontwikkelingen vragen om regionale planningsafspraken. Ook de huidige nieuwbouwplannen moeten kritisch tegen het licht worden gehouden. De mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik en de herbestemming van bestaande gebouwen dienen te worden nagegaan voordat wordt overgegaan tot de afwaardering en onttrekking van vastgoed aan de voorraad.

    De verkenning is gebaseerd op de uitkomsten van verschillende prognose modellen die ABF in de loop der jaren ontwikkeld heeft. De uitkomsten zijn gemakkelijk toegankelijk dankzij handzame factsheets met kaarten, grafieken, tabellen en puntsgewijs opgestelde conclusies.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 06-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Sleutels gevonden in Leiden?

    Net als in 2009 heeft ABF Research onderzoek gedaan naar de studentenhuisvesting in Leiden. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van SLS Wonen, de Hogeschool en de Universiteit Leiden alsmede de gemeente Leiden. Met behulp van een internet en smart phone enquete zijn studenten bevraagd. Bijna 4.000 van de 24.000 Leidse studenten hebben meegedaan aan dit onderzoek.

    Het tekort aan studentenhuisvesting is ten opzichte van 2009 iets teruggelopen. Maar nog steeds is er sprake van een aanzienlijke druk op dit segment in de woningmarkt: globaal gaat het om ruim 3.000 woonruimten. Bovendien groeit het aantal studenten de komende jaren. Naar verwachting zullen in de periode 2011-2020 zo’n 2.300 extra studenten zich melden in Leiden om hier te wonen. Indien het huidige aanbod niet zou toenemen, dan zou in 2020 een tekort kunnen ontstaan van (ruim 3.000 anno nu plus een groei van 2.300 is) circa 5500 eenheden.

    Partijen zullen hierop moeten inspelen. Maar enige voorzichtigheid lijkt verstandig zeker omdat de plannen van het Kabinet ten aanzien van het hoger onderwijs waarschijnlijk zullen zorgen voor minder groei dan hier becijferd is. De meeste kansen lijken er te zijn voor bouwplannen die flexibel ingevuld kunnen worden voor zowel studenten als afstudeerders. Temeer omdat het vasthouden van deze laatste groep de stad als geheel ten goede zal komen.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 06-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Mogelijke effecten van de Kabinetsmaatregelen op de woningmarkt

    Het Kabinet zet in op een aantal maatregelen voor de huursector. In het regeeraccoord staat letterlijk:

    • Huurders van een corporatiewoning krijgen het recht de woning tegen een redelijke prijs te kopen.
    • De toewijzing van sociale huurwoningen wordt stapsgewijze beperkt tot lagere inkomensgroepen.
    • Voor huishoudens met een inkomen tot 43.000 euro stijgen de huren bij gereguleerde woningen met niet meer dan de inflatie.
    • De doorstroming op de huurmarkt wordt bevorderd door voor huurders van een gereguleerde woning met een huishoudinkomen van meer dan 43.000 euro een maximale huurstijging van inflatie + 5% toe te staan.
    • De ‘Vogelaarheffing’ wordt afgeschaft.
    • Het aantal WWS-punten wordt in regio's met schaarste verhoogd met 15 of 25 punten, afhankelijk van de WOZ-waarde.
    • Verhuurders, die meer dan 10 woningen verhuren, zullen bijdragen aan de huurtoeslag middels een jaarlijkse heffing met een opbrengst van 0,76 miljard in 2014.

    In opdracht van het Ministerie van BZK heeft ABF Research, op basis van de prognosemodellen die ABF beschikbaar heeft, het effect van deze maatregelen becijferd voor het brede woondomein. Hierbij wordt aandacht besteed aan vier thema’s:

    • De ontwikkeling van de huren staat centraal.
    • Vervolgens gaat het om de betaalbaarheid. Hoe verhouden de huren zich tot de inkomens en wat betekent dit aan huurtoeslaguitgaven.
    • Daarna gaat het om de dynamiek in de vraag naar huur en koopwoningen en de huisvesting van inkomensgroepen.
    • Tenslotte komt de financiële positie van de corporaties in beeld.

    Het rapport is op 5 april 2012 aan de Tweede Kamer gestuurd.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 04-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningvoorraad gegevens Syswov 2011

    ABF Research onderhoudt voor het Ministerie van BZK het SYSteem Woningvoorraad (Syswov). Syswov levert uitgebreide informatie over de omvang en samenstelling van de huidige woning¬voorraad, de ontwikkelingen in het verleden en de verwachtingen voor de toekomst. De onderscheiden woningcategorieën in Syswov zijn: eigendomsverhouding (koop, particuliere huur en sociale huur), woningtype (eengezins en meergezins), grootte (aantal kamers) en bouwjaarklasse. Syswov biedt niet alleen informatie over de stand van de woningvoorraad, maar ook over de processen die de ontwikkeling van de woningvoorraad bepalen: nieuwbouw, productie anderszins, woningonttrekkingen en woningverkopen tussen de huur en de koopsector.

    Syswov 2011 is nu beschikbaar. Het model biedt een overzicht van de gerealiseerde ontwikkelingen vanaf 1971 tot 2011, tot op 4-cijferig postcodeniveau. De cijfers na 2011 betreffen een prognose van de woningvoorraadontwikkeling, die aansluit bij de Primos prognose 2011.

    Sinds 1971 is de woningproductie nog niet zo laag geweest als in 2010. Vooral de nieuwbouw van (eengezins-)koopwoningen is ingestort. De productie anderszins - toevoegingen aan de woningvoorraad door splitsing van woningen of door de verbouw van niet-woongebouwen tot woningen – bleef redelijk op peil. Tweederde tot driekwart van de anderszins geproduceerde woningen betreft meergezinswoningen (appartementen).

    De toekomstige ontwikkelingen zijn op lange termijn maar ook op korte termijn onzeker door de crisis op de woningmarkt. Voor de eerstkomende jaren wordt in Syswov uitgegaan van een relatief laag woningbouw- en onttrekkingenniveau. Daarna treedt naar verwachting enig herstel op. Voor de lange termijn, wordt net als in voorgaande Syswov-prognoses uitgegaan van een jaarlijks dalende nieuwbouwproductie en een stijgend aantal woningonttrekkingen. Deze ontwikkeling leidt tot een kleiner wordende groei van de woningvoorraad die overeenkomt met de verwachte afnemende groei van het aantal huishoudens. Uiteraard is de ontwikkeling niet overal in Nederland gelijk. De Syswov-cijfers laten sterke regionale verschillen zien.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 08-02
    onderstaand publication-item is openbaar

    Verstedelijking in Nederland

    In het kader van het Deltaprogramma is er behoefte aan inzicht in de ontwikkeling van de verstedelijking in Nederland. In het stedelijk gebied woont en werkt een groot deel van de bevolking en met het oog op de mogelijk grote gevolgen van de klimaatverandering is het van belang zicht te krijgen op de verstedelijking op de lange termijn. Het deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering richt zich daarom specifiek op de opgave om in de toekomst bij locatiekeuzen en bij (her)inrichting van stedelijke gebieden structureel rekening te houden met de eigenschappen van het watersysteem, de ondergrond en het klimaat.

    Breng op basis van het verleden de trendmatig te verwachten verstedelijking van Nederland in beeld voor de nabije en verre toekomst; maak een kaart van Nederland in 2050

    Op basis van het Bestand Bodemgebruik, en registraties van arbeidsplaatsen en woningvoorraad voor 52 regio's trends in het ruimtebeslag afgeleid. Op basis van de Primos-prognose 2011 een hiervan afgeleide prognose van de beroepsbevolking en werkgelegenheidsontwikkeling zijn de trends tot 2050 voor het stedelijk gebied van de 52 regio's opgesteld en met behulp van de Nieuwe Kaart van Nederland en de studie Stadsrandzones van het Planbureau voor de Leefomgeving omgezet in een "Discussiekaart Stedelijk Gebied in 2050"

    In het kader van het Deltaprogramma is er behoefte aan inzicht in de ontwikkeling van de verstedelijking in Nederland. In het stedelijk gebied woont en werkt een groot deel van de bevolking en met het oog op de mogelijk grote gevolgen van de klimaatverandering is het van belang zicht te krijgen op de verstedelijking op de lange termijn. Het deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering richt zich daarom specifiek op de opgave om in de toekomst bij locatiekeuzen en bij (her)inrichting van stedelijke gebieden structureel rekening te houden met de eigenschappen van het watersysteem, de ondergrond en het klimaat.

    ABF Research kreeg van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu de opdracht om op basis van het verleden de trendmatig te verwachten verstedelijking van Nederland voor de nabije en verre toekomst in beeld te brengen. In andere woorden: maak een kaart van Nederland in 2050.

    ABF heeft op basis van het Bestand Bodemgebruik, en registraties van arbeidsplaatsen en woningvoorraad voor 52 regio's trends in het ruimtebeslag afgeleid. Op basis van de Primos-prognose 2011 en een hiervan afgeleide prognose van de beroepsbevolking en werkgelegenheidsontwikkeling zijn de trends tot 2050 voor het stedelijk gebied van de 52 regio's opgesteld. Met behulp van de Nieuwe Kaart van Nederland en de studie Stadsrandzones van het Planbureau voor de Leefomgeving zijn deze omgezet in een "Discussiekaart Stedelijk Gebied in 2050".

    De studieresultaten zijn in de rapportage gedocumenteerd.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

2011
  • 23-12
    onderstaand publication-item is openbaar

    Bewonerspeilingen aandachtswijken 2011

    Nederland telt 40 aandachtswijken, verspreid over 18 gemeenten. Het gaat om wijken die als gevolg van diverse problemen achterbleven bij andere wijken. De ontwikkeling van de wijken door de ogen van de bewoners wordt elk jaar met verschillende onderzoeken in kaart gebracht.

    Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijk Relaties heeft ABF Research opdracht gegeven om jaarlijks de resultaten van de verschillende onderzoeken samen te brengen en vergelijkingen te maken tussen wijken, gemeenten en Nederland.

    Uit de meest recente resultaten blijkt dat de perceptie van inwoners van de aandachtswijken en de gemeenten waarin deze wijken liggen grotendeels gelijk zijn gebleven ten opzichte van 2007. Binnen de G4 gemeenten zijn wel ontwikkelingen zichtbaar ten opzichte van 2007. Met name de beleving van buurtproblemen heeft zich negatief ontwikkeld en meer inwoners ondervinden hinder van criminaliteit. Inwoners in de wijken van de G4 voelen zich minder veilig dan in 2007 terwijl de inwoners van de gemeenten als geheel zich even veilig of onveilig voelen. Het veiligheidsgevoel is samen met de indicator overlast het enige verschil in ontwikkeling tussen de gemeenten en wijken binnen de G4.

    Meer weten?

    Neem contact op met Jan Hooft van Huijsduijnen 015-27 99 342

  • 11-11
    onderstaand publication-item is openbaar

    Arbeidsmarkt omgevingsrecht in beeld

    Onder het project "Programma Uitvoering met Ambitie" worden op termijn 25 tot 30 Regionale Uitvoeringsdiensten geïmplementeerd waarmee vergunningverlening en handhaving op het gebied van milieu, bouwen en ruimte moeten worden verbeterd.

    Om tot kwantificering van de arbeidsmarkt te komen voor professionals werkzaam in dit gebied heeft het ministerie van Infrastructuur & Milieu aan ABF Research gevraagd een quick scan uit te voeren. De quick scan moet informatie bieden over de omvang en samenstelling van relevante delen van de arbeidsmarkt, de dynamiek en de verwachte toekomstige ontwikkelingen.

    ABF Research heeft aan de hand van secundaire databronnen het relevante arbeidsmarktsegment in kaart gebracht. De totale arbeidsmarktomvang van omgevingsrechtprofessionals is bepaald op 19.000 werkzame personen, waarvan er ongeveer 10.000 werkzaam zijn in openbaar bestuur. Verder is de dynamiek in dit gedeelte van de arbeidsmarkt (instroom, doorstroom en uitstroom) lager dan gemiddeld in Nederland. Een doorrekening is gemaakt voor de toekomstige vervangingsvraag. De vervangingsvraag zal tegen 2025, bij ongewijzigd beleid, naar verwachting met 20% toenemen, als gevolg van toenemende uitstroom naar pensioen. In het rapport wordt de arbeidsmarkt ook gesplitst naar opleidingsniveau en leeftijd en worden verdere resultaten van de doorrekening gepresenteerd.

    Meer weten?

    Neem contact op met Jeroen de Kort 015-27 99 341

  • 19-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Primos Prognose 2011

    "In dit rapport worden de belangrijkste resultaten gepresenteerd van de Primos Prognose 2011. Het gaat om de toekomstige ontwikkelingen in de bevolkingsopbouw, de huishoudenssamenstelling en de woningbehoefte op nationaal en regionaal niveau.

    De Primos Prognose onderscheidt zich van scenario-studies onder meer door het doel van de raming: het weergeven van de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkelingen op basis van de huidige inzichten.
    De bevolkingsprognose is afgestemd op de nationale bevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van december 2010. Bij de huishoudensprognose is uitgegaan van de situatie per 1-1-2010 volgens de huishoudensstatistiek van het CBS."

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 19-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Houdbaarheid Woningbehoefteprognoses Noordvleugel

    De Noordelijke Randstad groeit vanaf 1984 aanzienlijk sneller dan de rest van Nederland. Sinds 1998 concentreert de groei zich in het kerngebied, de zogeheten Noordvleugel die bestaat uit de bestuurlijke regio's Metropoolregio Amsterdam en NV Utrecht. In de periode 1998-2011 is de bevolking in de Noordvleugel met 12,2% toegenomen, terwijl de groei in de rest van de Noordelijke Randstad 6,6% bedroeg en in overig Nederland 5,1%. Om de groei van economie en bevolking ook in de toekomst te accommoderen hebben regio's en rijk Gebiedsagenda's opgesteld waarvan de ontwikkeling van Almere tot grote stad onderdeel van uit maakt.

    De veranderde situatie op de woningmarkt heeft vragen doen rijzen met betrekking tot de houdbaarheid en robuustheid van de lange termijnwoningbehoefteramingen. Naar aanleiding van de motie de Rouwe hebben de Ministeries van BZK en IenM aan ABF Research gevraagd de houdbaarheid in beeld te brengen.

    Daartoe heeft ABF de bevolkings- en woningbehoefteprognoses van de afgelopen tien jaar geanalyseerd en de meest recente woningbehoefteprognose (Primos 2011) aan een aantal gevoeligheidsanalyses onderworpen. Experts uit wetenschap, beleid en praktijk is gevraagd hierop te reflecteren. Geconcludeerd wordt dat processen als geboorte, sterfte, migratie en huishoudensvorming structurele processen zijn die zich niet of nauwelijks laten beïnvloeden door problemen op de woningmarkt.

    Trends wijzen op een sterke huishoudensgroei in de Noordvleugel in de komende decennia. De grote natuurlijke aanwas van de relatief jonge bevolking zorgt in deze regio nog decennia voor een continue bevolkingsgroei. Deze wordt versterkt door de trek vanuit binnen- en buitenland naar de Noordvleugel toe. De regio staat dan ook voor een grote opgave. De afgelopen dertig jaar zijn er 520.000 woningen aan de voorraad toegevoegd. Voor de komende drie decennia is de woningbehoefte in de Primos-prognose 2011 op 439.000 woningen becijferd. Op basis van woningbouwprogramma's en plannen voor de lange termijn is het de verwachting dat de steden Amsterdam, Utrecht en Almere een belangrijk deel van deze uitbreiding voor hun rekening nemen. Verschuivingen in het aanbod van woningen, zoals meer kleinschalige woningbouw in dorpse en landelijke milieus of meer centrum-grootstedelijke woningbouw, hebben volgens simulaties geen of een beperkt effect op de woningbouwopgave in Almere.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 29-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte tot 2030

    In de regio Haaglanden is de afgelopen jaren flink gebouwd. De crisis die eind 2008 uitbrak is echter hard aangekomen. De verkoop van nieuwe koopwoningen staat onder druk en daarmee de haalbaarheid van verschillende plannen. Tegen deze achtergrond wordt de vraag gesteld op welke wijze het Stadsgewest Haaglanden het beste om kan gaan met de korte en lange termijn uitdagingen. Welke woningbouw is op korte termijn haalbaar? En is er ook op lange termijn maatschappelijk draagvlak om op grote schaal voor woningbouw(locaties) te kiezen?

    Uitgaande van de (trendmatige) verwachtingen van het stadsgewest Haaglanden ten aanzien van de woningbouw, is een demografische prognose opgesteld. Daaruit blijkt dat  het aantal  huishoudens tot 2020 zal toenemen met bijna 39.000 (+8,1%). In de periode 2020-2030 groeit het aantal huishoudens nog eens met 35.000 (+6,8%).

    Waar het gaat om de kwalitatieve woningbehoefte en de wensen van de consument, blijkt dat vooral de vraag naar koopwoningen zal toenemen. Ondanks de crisis en de daardoor flink omlaag bijgestelde inkomensverwachtingen. Toch zal de komende jaren een flink aantal huurwoningen in de nieuwbouw gerealiseerd moeten worden. Er worden namelijk zoveel huurwoningen gesloopt maar ook verkocht dat om aan de vraag naar huurwoningen te kunnen voldoen, er toch ook huurwoningen nieuwgebouwd moeten worden.

    Tot op zekere hoogte lijkt het hier geadviseerde “consument gerichte nieuwbouwprogramma” op het bouwprogramma dat in de afgelopen jaren gebouwd is. Verschil is dat er a) meer eengezinshuurwoningen gebouwd zouden mogen worden en b) minder koopappartementen.Verder blijkt uit de varianten die doorgerekend zijn in verband met de (macro) economische ontwikkeling, dat vooral de eengezinskoopsector gevoelig is voor de conjunctuur.

    De hier gepresenteerde (middel)lange termijn prognoses laten zien dat de vraag van de consument – ook bij een lagere conjunctuur, lagere inkomensgroei en afnemende bouwproductie – structureel overeind blijft. Alleen in de termijn waarop de consument zijn wensen wil realiseren, is opgeschoven. Dit betekent uitstel maar geen afstel van plannen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 14-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Bewonerspeilingen aandachtswijken

    Nederland telt 40 aandachtswijken. Deze wijken zijn verspreid over 18 gemeenten. Het gaat om wijken die als gevolg van diverse problemen achterblijven bij andere wijken, bij de gemeenten en bij de situatie in Nederland. Om de situatie in deze wijken te verbeteren is een Actieplan Krachtwijken opgesteld. De wijkenaanpak bevindt zich in de uitvoeringsfase. Er is behoefte aan kwantitatief en kwalitatief inzicht in ontwikkelingen in deze wijken. Het CBS heeft een Outcome-monitor gemaakt waarin vooral objectieve, kwantificeerbare indicatoren zijn opgenomen.

    Een instrument dat meningen van bewoners van de aandachtswijken, de subjectieve indicatoren, in beeld brengt ontbrak nog. In 2009 ABF Research heeft op verzoek van het ministerie van VROM een vragenset uit de gemeentelijke bewonersonderzoeken geselecteerd die het hele spectrum van leefbaarheid en veiligheid dekt. Beschikbare onderzoeksgegevens zijn verzameld en de resultaten per gemeente zijn gepresenteerd. In 2010 heeft het ministerie ABF Research gevraagd een update van het onderzoek uit te voeren. In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd. 

    Nederland telt 40 aandachtswijken. Deze wijken zijn verspreid over 18 gemeenten. Het gaat om wijken die als gevolg van diverse problemen achterblijven bij andere wijken, bij de gemeenten en bij de situatie in Nederland. Om de situatie in deze wijken te verbeteren is een Actieplan Krachtwijken opgesteld. De wijkenaanpak bevindt zich in de uitvoeringsfase. Er is behoefte aan kwantitatief en kwalitatief inzicht in ontwikkelingen in deze wijken. Het CBS heeft een Outcome-monitor gemaakt waarin vooral objectieve, kwantificeerbare indicatoren zijn opgenomen.

    Een instrument dat meningen van bewoners van de aandachtswijken, de subjectieve indicatoren, in beeld brengt ontbrak nog. In 2009 ABF Research heeft op verzoek van het ministerie van VROM een vragenset uit de gemeentelijke bewonersonderzoeken geselecteerd die het hele spectrum van leefbaarheid en veiligheid dekt. Beschikbare onderzoeksgegevens zijn verzameld en de resultaten per gemeente zijn gepresenteerd. In 2010 heeft het ministerie ABF Research gevraagd een update van het onderzoek uit te voeren. In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd.

    Meer weten?

    Neem contact op met Fenke Legerstee 015-27 99 363

  • 04-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Consumenten reviews restaurants

    In dit rapport vindt u de resultaten van een onderzoek naar de beoordelingen van bezoekers van restaurants in heel Nederland. De gegevens zijn afkomstig van de twee grootste websites in Nederland waar reviews van restaurants te vinden zijn: Iens.nl en Eet.nu. In dit onderzoek is gekeken of en hoe beoordelingen verschillen tussen type keuken, grootte restaurant, prijzen, regio, stad/platteland, etc. Ook zijn de beoordelingen in de tijd onderzocht en gekeken of er verschillen zijn in type reviewer.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 04-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Berini 2011: Berekening van belastbare inkomens per huishoudtype

    Deze rapportage heeft tot doel de bruto, netto en belastbare inkomens inzichtelijk te maken voor gangbare categorieën binnen de volkshuisvesting. Hierbij worden vele toeslagen, kortingen en dergelijke meegenomen. Voor de bepaling van het inkomenstraject is gebruik gemaakt van het programma Berini. Hiermee kan men het bruto, belastbaar, besteedbaar en netto inkomen van verschillende huishoudtypen berekenen. Omdat Berini uitgaat van veronderstellingen die niet voor iedereen afzonderlijk gelden, kan Berini niet altijd gebruikt worden voor een exacte berekening van individuele inkomens.

    Meer weten?

    Neem contact op met Jan Hooft van Huijsduijnen 015-27 99 342

  • 04-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Peiling toepassing en gevolgen EC-regel

    De nieuwe toewijzingsregel voor sociale huurwoningen, het zogeheten EC-besluit, is inmiddels bijna vijf maanden van kracht. Het Ministerie van BZK/WWI wil de vinger aan de pols houden hoe deze regel door woningcorporaties in de praktijk wordt toegepast en welke eventuele, nu al merkbare, gevolgen er zijn voor de woningmarkt. Voor deze tussenevaluatie heeft het ministerie ABF Research opdracht gegeven een peiling te houden onder woningcorporaties. Onder 418 corporaties is een peiling gehouden via internet (EnqueteViaInternet). In de rapportage wordt verslag gedaan van de bevindingen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 04-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woonverkenning Leusden

    Leusden staat aan de vooravond van het opstellen van een Structuurvisie. Deze visie richt zich op de periode tot circa 2030. Onderdeel hiervan is een actualisatie van de Woonvisie Leusden 2008-2015. Maar hoe robuust zijn de geprogrammeerde woningen? De pijplijnproductie van woningen voorziet erin dat in Leusden in de komende 10 jaar nog circa 1.450 woningen worden opgeleverd. Tot 2017 betreft dit circa 1.300 woningen in kernen Leusden en Achterveld; vanaf 2017 vindt de woningbouw vrijwel alleen in Achterveld plaats. De woningbouw in Achterveld is bedoeld om vooral in de woningbehoefte van deze kern te voorzien. Maar zijn deze aantallen voldoende en wat moet de samenstelling van het nieuwbouwpakket zijn om ook de doorstroming in de bestaande voorraad te optimaliseren?  Om de actualisatie van de Woonvisie Leusden 2008-2015 te onderbouwen is ABF gevraagd om een bijdrage te leveren in de vorm van een woningbehoeftenonderzoek. In de rapportage wordt ingegaan op de knelpunten op de woningmarkt voor Leusden en mogelijke oplossingen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Maarten Vijncke 015-27 99 335

  • 04-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Quickscan woningvraag en afzet Roelofarendsveen

    ASR Vastgoed Ontwikkeling wil inzicht hebben in de afzetmogelijkheden in de kern Roelofarendsveen in het bijzonder het transformatiegebied Braassemerland. De concrete vraagstukken betreffen de omvang van het rekruteringsgebied voor Roelofarendsveen, wat de woningbehoefte is en de prognose van de afzetsnelheid van verschillende woningtypologieën.
    ABF Research heeft gebruik gemaakt van het kwalitatieve woningmarktmodel Socrates. Het stemt de toekomstige vraag en het aanbod af naar woningtype en woonmilieu op het gemeentelijke schaalniveau. Hierbij geldt dat gemeenten binnen eenzelfde woningmarktgebied met elkaar concurreren: de gemeente Kaag & Braassem – en dus ook Roelofarendsveen – concurreert met aanbod in het Leidse woningmarktgebied dat kleiner is dan Holland Rijnland omdat de Duin- en Bollenstreek ontbreekt. De uitkomsten worden deels bepaald door aannames ten aanzien van enerzijds de demografische en economische ontwikkelingen en anderzijds de keuzeruimte voor de consument.
    De groei van het aantal huishoudens is afkomstig van de Primos 2010 Trendraming. Economisch wordt rekening gehouden met de crisis; er is gekozen voor het Socrates-Basisscenario dat aansluit bij de CPB vooruitzichten. Het geraamde nieuwbouwprogramma ‘vraaggestuurd’ zorgt voor verhuisketens die de realisatie van de voorkeuren in de voorraad optimaliseren. Dit ideaaltypische vraaggestuurde programma is daarom zo een bruikbaar ijkpunt voor een gepland nieuwbouwprogramma dat meestal de doorstroming niet centraal zet. In de rapportage wordt verslag gedaan van de bevindingen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Maarten Vijncke 015-27 99 335

  • 04-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Verkenning wonen en zorg 2008 - 2020 Noord Holland - Uitkomsten Fortuna

    De provincie Noord-Holland wil met alle regio’s afspraken maken over het woonbeleid. Deze afspraken worden verwoord in Regionale Actieprogramma’s Wonen (RAP’s). Een van de aandachtspunten daarbij is de huidige en toekomstige spanning tussen vraag en aanbod van woningen geschikt voor ouderen.
    Sinds 2003 maakt ABF Research voor de Ministeries van VWS en VROM landelijke ramingen op het gebied van wonen met zorg onder de naam Fortuna. De uitkomsten voor Noord-Holland en de regio’s daarbinnen zijn in deze rapportage beschreven.

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

  • 04-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Tweede actualisatie sociaal-economische gegevens

    In deze rapportage wordt verslag gedaan van de totstandkoming van de Sociaal-Economische Gegevens 2020-2030 (SEGs) voor de verkeersmodellen van Rijkswaterstaat. De studie is gebaseerd op verschillende scenario’s: de in de jaren negentig opgestelde planbureauscenario’s (EFO: Economie en Fysieke Omgeving), de voor de SEGs gebruikte nieuwe planbureauscenario’s (WLO: Welvaart en Leefomgeving) en een aantal opeenvolgende CBS-bevolkingsprognoses. Naast bevolking naar leeftijd en geslacht bestaan de sociaal-economische gegevens uit  beroeps- en werkzame bevolking, arbeidsplaatsen naar sectoren, leerlingenplaatsen naar onderwijstype, studenten naar woonlocatie en gemiddeld huishoudinkomen per gebied.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 04-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Solex 2010 - Positie Sociale Huursector op basis van BBSH 2009

    In 1996 is door ABF Research (in samenwerking met RIGO en KPMG) in opdracht van het Ministerie VROM een prognosemodel voor de sociale huursector ontwikkeld: SOLEX. Het model biedt de mogelijkheid uitspraken te doen over de verwachte financiële positie van woningcorporaties in de sociale huursector. De uitkomsten van het model worden bepaald door de startsituatie, het investeringsprogramma en de macro-economische omstandigheden.

    Het model ontleent zijn gegevens voor een belangrijk deel aan de jaarverslagen welke de corporaties in het kader van het Beheer Besluit Sociale Huursector (BBSH) opstellen. Sinds enkele jaren loopt de verzameling van deze gegevens via het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Hierbij wordt sinds 2008 onderscheid gemaakt tussen de “verantwoordingsinformatie” (dVi) en de “prospectieve informatie” (dPi). Voor dit onderzoek wordt vooral gebruik gemaakt van de verantwoordings¬informatie waarin feitelijke inkomsten en uitgaven opgenomen zijn. In de prospectieve informatie staan de plannen en prognoses van de corporatie.

    Deze informatie maakt het mogelijk ieder jaar opnieuw te bezien hoe de sector er financieel gezien voor staat. Ook in 2010 is het model weer geüpdate op basis van de informatie uit de jaarverslagen over 2009. In dit rapport doen we verslag van die update.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 27-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningbouwplannen in de Noordelijke Randstad

    De Noordelijke Randstad kent een sterke bevolkingsgroei. Om de naar verwachting voortgaande groei ook in de toekomst te accommoderen willen rijk en regio’s voldoende ruimte bieden voor woningen in diverse typen woonmilieus die tegemoet komen aan de vraag van consumenten. De Programmadirectie Verstedelijking heeft ABF Research gevraagd een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden om na te gaan of de voor de Noordelijke Randstad bekende plancapaciteit voldoende robuust is; qua omvang, fasering, mate van hardheid en type woonmilieu, gegeven de te verwachten woningbehoefte. En qua flexibiliteit: biedt de plancapaciteit voldoende ruimte om tegenvallers in de productie op te vangen, kwantitatief en kwalitatief, bijvoorbeeld bij een lagere binnenstedelijke productie of een lager ontwikkelingstempo op uitleglocaties.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 22-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Primos - Transparantie in cijfers

    Het Primos-model levert een demografische prognose op van het aantal inwoners en huishoudens per gemeente en zelfs per wijk en buurt. De facto is dit prognose model uitgegroeid tot een standaard. Het intensieve gebruik door diverse ministeries, lagere overheden en tal van particuliere organisaties in zowel de woningbouw als andere sectoren, heeft bijgedragen aan de bekendheid. Tegelijk is het model de afgelopen jaren wetenschappelijk verbeterd en aangepast aan nieuwe beleidsvragen. Dat maakt het noodzakelijk om het model met enige tussenpozen weer uit te leggen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 22-04
    onderstaand publication-item is openbaar

    Primos 2011, Transparantie in cijfers

    Het Primos-model levert een demografische prognose op van het aantal inwoners en huishoudens per gemeente en zelfs per wijk en buurt. De facto is dit prognose model uitgegroeid tot een standaard. Het intensieve gebruik door diverse ministeries, lagere overheden en tal van particuliere organisaties in zowel de woningbouw als andere sectoren, heeft bijgedragen aan de bekendheid. Tegelijk is het model de afgelopen jaren wetenschappelijk verbeterd en aangepast aan nieuwe beleidsvragen. Dat maakt het noodzakelijk om het model met enige tussenpozen weer uit te leggen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 08-02
    onderstaand publication-item is openbaar

    Verkoop door woningcorporaties

    Verkoop van huurwoningen kan voor corporaties een optie zijn om financiële middelen te genereren. In 2008 en 2009 heeft ABF Research onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om meer huurwoningen te verkopen. In beide studies is geconcludeerd dat er – gelet op de vraag van de woonconsument – op korte termijn meer woningen verkocht zouden kunnen worden. De extra inkomsten op korte termijn werden becijferd op bijna 1 miljard euro. Gebruik makend van de nieuwste gegevens, zijn er door ABF Research nieuwe prognoses opgesteld. Daarbij is rekening gehouden met de meest recente demografische prognose, met de meest recente macro economische verwachtingen en met de uitkomsten van het nieuwe consumentenonderzoek (Woon Onderzoek Nederland – WoON2009).

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Strategisch VoorraadBeleid Actium

    Woningcorporaties signaleren de laatste tijd dat de huursector weer meer onder druk staat. Er melden zich meer potentiële huurders aan. Woningen worden makkelijker verhuurd. Tegen deze achtergrond is aandacht nodig voor het Strategisch VoorraadBeleid (SVB): waar kan een corporatie op inzetten in de komende jaren? Hoe zou een vraaggestuurde benadering van de portefeuillestrategie eruit moeten zien? Welke veranderopgave wacht de komende jaren? Met verschillende scenario’s laat ABF Research in dit rapport zien wat de positie van de huursector is in het werkgebied van Actium en wat er de komende jaren zou kunnen gebeuren. Het werkgebied van Actium omvat de volgende 8 gemeenten: Assen, De Wolden, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Ooststellingwerf en Westerveld.

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Potenties Zuidvleugel

    Sinds een aantal jaar worden in de Zuidvleugel plannen gemaakt om te komen tot een kwaliteitsimpuls. Bij de voorbereiding van dit beleid wil men bewust niet uitgaan van bestaande trends. De bedoeling van de plannen is om trends juist te keren en te werken aan een verbetering van het algehele woon en leefmilieu in de Zuidvleugel van de Randstad. Aanvankelijk zijn deze beleidsambities betrekkelijk simpel vertaald in een kwalitatief bouwprogramma gedifferentieerd naar woningsegment en type woonmilieu. Nu het programma vastere vormen aanneemt, is er de behoefte de grotere bouwprogramma’s op een onderzoeksmatig verantwoorde wijze te laten invullen. In dit rapport wordt door ABF Research kort verslag gedaan van de rekenexercities die daarvoor verricht zijn.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Ruimte voor starters

    In 2007 hebben de woningcorporaties in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden “Het Bod aan de Regio” geformuleerd. Aansluitend bij het landelijk initiatief van Aedes, hebben de corporaties met concrete doelen duidelijk willen maken waar zij voor staan. Het bod bestond uit zes onderdelen waarvan het thema “Starters” er één was. Dit rapport focust op dat thema. De corporaties hebben aangegeven op dit thema 76 miljoen euro te willen investeren in circa 750 woningen. Hiermee spraken de corporaties uit dat ze het tekort aan betaalbare woningen voor starters zowel in huur als in de koopsector wilden oplossen. Met dit rapport wordt duidelijk dat de regio een beperkte demografische groei kent. Een zeker vertrekoverschot – en dus een ontwikkeling onder migratiesaldo nul – lijkt bij deze regio te “horen”. De meest recente (Primos 2008) trendprognose – die voor deze studie gebruikt is – trekt die lijn dan ook door voor de komende jaren.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Vraag-aanbod tabellen Acantus

    In 2009 heeft ABF een aantal vraag-aanbod tabellen opgesteld op basis van de op dat moment meest recente demografische prognoses. Met het beschikbaar komen van nieuwe prognoses is de vraag gesteld nieuwe vraag – aanbod tabellen op te stellen. Net als het voorgaande onderzoek, laat ook dit rapport zien dat de markt voor huurwoningen tot 2020 beperkt zal krimpen. Hierbij is rekening gehouden met demografische ontwikkelingen alsmede met (macro) economische ontwikkelingen welke – met de crisis van 2009 – een remmend effect hebben gehad op de inkomens en het verhuisgedrag van huishoudens.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Update Socrates 2010

    Door ABF Research wordt er in dit rapport kort en bondig verslag gedaan van de nieuwe kwalitatieve woningmarkt prognose. Deze prognose heeft in de loop der jaren de naam van het rekenmodel gekregen: Socrates. De hier voorliggende Socrates 2010 prognose vertoont behoorlijke overeenkomsten met de Socrates 2008 prognose, maar ook een aantal verschillen. Het belangrijkste verschil zit NIET in de marktverwachtingen voor de verschillende deelsegmenten. In zekere zin is dat opmerkelijk. Want deze nieuwe prognose is gebaseerd op het WoON 2009, een consumenten onderzoek dat in “crisistijd” is afgenomen. Aanvankelijk werd verwacht dat consumentenonderzoek in crisistijd zou leiden tot heel andere verwachtingen, maar dat blijkt erg mee te vallen. Er blijkt WEL een behoorlijk verschil te zijn tussen deze nieuwe Socrates prognose en de vorige prognose waar het gaat om het door de consument gewenste woonmilieu.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Doelgroepen WonenBreburg

    Enkele jaren terug heeft WonenBreburg cijfers op een rij gezet om een indruk te krijgen van de ontwikkeling van haar “doelgroepen”. Daarbij is aandacht besteed aan enerzijds de demografische ontwikkeling: met hoeveel inwoners en huishoudens groeit ons werkgebied? Anderzijds is aandacht geschonken aan de economische, dat wil zeggen inkomensontwikkeling: hoe ontwikkelt de BBSH doelgroep zich in ons werkgebied? Begin april 2010 is de vraag opgekomen deze informatie te updaten. In dit rapport is door ABF Research het resultaat van die update weergegeven.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningmarktverkenning Zuid-Holland

    Een belangrijke taak voor de provincie Zuid-Holland is gelegen in de ruimtelijke afstemming van verschillende ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen op de woningmarkt nemen daarbij van oudsher een belangrijke plaats in. Deze ontwikkelingen zijn de afgelopen twee jaar in belangrijke mate beïnvloed door de financiële crisis van eind 2008. De vraag is wat het effect zal zijn van deze crisis op de ontwikkelingen in de komende jaren. Vandaar dat er behoefte is aan een bijgewerkt inzicht in mogelijke veranderingen aan de vraagzijde van de woningmarkt en meer algemeen de wensen van de consument. Met het beschikbaar komen van het WoON 2009, een driejaarlijks nationaal woningbehoeftenonderzoek, doet zich de mogelijkheid voor de bestaande inzichten opnieuw te ijken.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningmarktverkenning Amersfoort

    Voor de nieuwe woonvisie die de gemeente Amersfoort in 2010 opstelt is een verkenning van de toekomstige woningbehoefte onontbeerlijk. Kan Amersfoort in het komende decennium een even sterke groei verwachten als in de afgelopen decennia? In opdracht van de gemeente Amersfoort heeft ABF Research daarom de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte voor de gemeente Amersfoort tot 2020 en 2030 in beeld gebracht.

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Sleutels gezocht in Leiden

    In 2003 en 2006 is door Laagland’advies onderzoek verricht onder Leidse studenten. In 2008 heeft ABF Research de opdracht gekregen een representatief en realistisch beeld te scheppen van de huidige woonsituatie, de kwalitatieve en kwantitatieve woonwensen van Leidse studenten en de tekorten en overschotten aan studentenhuisvesting. Hiertoe heeft ABF een internetenquête uitgezet onder studenten in Leiden.

    Meer weten?

    Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningmarktonderzoek Midden-Drenthe

    In opdracht van de gemeente Midden-Drenthe en de woningcorporaties Actium en Woonservice heeft ABF Research in 2009 een woningmarktonderzoek verricht, bestaande uit een bureau-onderzoek en een veldonderzoek, te weten een enquête onder inwoners om woonwensen en leefbaarheid in de kernen van Midden-Drenthe te meten.

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Quick Scan Marktpositie Wonen Zuid

    Woningcorporaties signaleren de laatste tijd dat de huursector weer meer onder druk staat. Er melden zich meer potentiële huurders aan. Bepaalde typen woningen worden makkelijker verhuurd. Tegen deze achtergrond is aandacht nodig voor het Strategisch Voorraadbeleid (SVB): waar kan een corporatie op inzetten in de komende jaren? Hoe zou een vraaggestuurde benadering van de portefeuillestrategie eruit moeten zien? Welke resultaten kan een corporatie behalen door in te zetten op een actief strategisch voorraadbeleid? Met verschillende scenario’s laat ABF Research in dit rapport zien wat de positie van de huursector is in een deel van het werkgebied van Wonen Zuid: Roermond, Leudal en Maasgouw.

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningmarktverkenning regio Maastricht en Mergelland

    In deze rapportage levert ABF Research bouwstenen voor de nieuwe woonvisie van de regio Maastricht en Mergelland. Om de woningbouw adequaat te kunnen afstemmen op ook de toekomstige woningbehoefte van bevolking en huishoudens zijn prognoses voor bevolking en huishouden onontbeerlijk. Als we de optimale nieuwbouw in de periode 2010-2020 en de woningbouwplannen van de gemeenten in de regio vergelijken, dan blijkt dat de bouwplanning van de gemeenten erg ambitieus is te noemen en dat in het Mergelland nog steeds naar verhouding veel eengezinskoopwoningen worden gebouwd waar meer meergezinshuurwoningen worden gevraagd.

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

  • 12-01
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningmarktverkenning Gouda en Waddinxveen

    In 2010 hebben de gemeenten Gouda en Waddinxveen samen met de woningcorporaties Mozaïek Wonen en Woonpartners Midden-Holland door ABF Research een kernpublicatie laten samenstellen waarin de belangrijkste bevindingen uit het WoonOnderzoek Nederland 2009 (WoON2009) voor beide gemeenten zijn weergegeven. De kernpublicatie geeft inzicht in het profiel van de gemeenten, de verhuisgeneigdheid, de vraag- en aanbodverhoudingen, de woonlasten en de ontwikkeling van diverse aandachtsgroepen. Voor planning op de lange(re) termijn is een verkenning van de woningbehoefte onontbeerlijk. Met het woningmarktmodel Primos/Socrates van ABF Research, is een dergelijke verkenning uitgevoerd.  

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

2010
  • 02-09
    onderstaand publication-item is openbaar

    Toewijzing sociale huurwoningen

    Eind 2009 is door de Europese commissie beschikt dat corporaties gemiddeld 90% van het bezit onder de huurtoeslaggrens (van 648 euro in 2009/2010) dienen toe te wijzen aan huishoudens met een inkomen van maximaal 33.000 euro. ABF Research brengt met dit onderzoek het volgende in beeld: Aan welke huishoudens corporaties woningen toewijzen; en hoe de corporaties aankijken tegen deze nieuwe EC maatregel.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 18-08
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningmarktonderzoek Drenthe

    De gemeente Midden-Drenthe heeft samen met de woningcorporaties Actium en Woonservice, ABF Research de opdracht gegeven voor een woningmarktonderzoek in de gemeente Midden-Drenthe. Doel van dit in 2009 uit te voeren onderzoek is informatie te verzamelen die nodig is voor een meerjarige beleidsvisie over wonen, uitmondend in een nieuw Woonplan. Het onderzoek bestaat uit twee delen: ten eerste een bureau-onderzoek op basis van beschikbare statistische informatie en de woningmarktmodellen van ABF Research; en ten tweede een grootschalige enquête onder inwoners van de gemeente, om de woonwensen te achterhalen en de leefbaarheid te meten. Deze rapportage betreft deel 2: het Woononderzoek 2009 Midden-Drenthe.

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

  • 18-08
    onderstaand publication-item is openbaar

    Verhuismotieven in Kampen 2009

    In 2008  heeft ABF Research in opdracht van de gemeente Kampen onder verhuizers een Onderzoek naar verhuismotieven gehouden om meer zicht te krijgen op de verhuisredenen en de mogelijke beïnvloeding van de vertrekstroom. In 2009 is dit onderzoek gecontinueerd met een aanpassing van de onderzoeksgroep en de vragenlijst, om vooral meer zicht te krijgen op de redenen rond woning en woonomgeving c.q. voorzieningen omdat deze door de gemeente Kampen zelf kunnen worden beïnvloed. In deze rapportage worden er drie uitkomsten gepresenteerd. De meest recente demografische ontwikkelingen en prognoses; de resultaten van het Onderzoek naar verhuismotieven 2009; de belangrijkste resultaten uit het WoON 2009 voor de gemeente Kampen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Wim Faessen 015-27 99 317

  • 21-07
    onderstaand publication-item is openbaar

    Woningvoorraadgegegevens Syswov 2009

    Om aan de systematische behoefte aan woningvoorraadgegevens te voldoen is voor het Directoraat-Generaal Wonen, Wijken en Integratie van het Ministerie van VROM een informatiesysteem opgezet. Dit SYSteem WOningVoorraad (SysWov) maakt het mogelijk om een groot deel van de vragen over de woningvoorraad op een eenvoudige en snelle wijze te beantwoorden. Ieder jaar wordt SysWov aangepast aan de mutaties in de woningvoorraad. Eventuele gemeentelijke herindelingen worden in SysWov verwerkt. Daarnaast worden andere informatiebronnen gebruikt om de betrouwbaarheid van de resultaten te controleren. Op basis hiervan wordt - indien nodig - het systeem aangepast zodat de woningvoorraadgegevens zowel actueel als valide blijven.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 21-07
    onderstaand publication-item is openbaar

    Primos Prognose 2009

    "In dit rapport worden de belangrijkste resultaten gepresenteerd van de Primos Prognose 2009. Het gaat om de toekomstige ontwikkelingen in de bevolkingsopbouw, de huis¬houdens¬samenstelling en de woningbehoefte op nationaal en regionaal niveau.

    De Primos Prognose onderscheidt zich van scenario-studies onder meer door het doel van de raming: het weergeven van de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkelingen op basis van de huidige inzichten.
    De bevolkingsprognose is afgestemd op de nationale bevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van december 2008. Bij de huishoudensprognose is uitgegaan van de situatie per 1-1-2008 volgens de huishoudensstatistiek van het CBS."

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 16-07
    onderstaand publication-item is openbaar

    Berekeningen t.b.v. Heroverwegingen

    Het Kabinet heeft eind 2009 twintig werkgroepen ingesteld die mogelijkheden voor bezuinigingen doordenken. Een van deze werkgroepen heeft zich bezig gehouden met het veld “Wonen”. Het eindrapport van de werkgroep is in april 2010 uitgebracht. In dat rapport wordt aangegeven welke knelpunten de werkgroep op de woningmarkt ziet en in welke richting de Rijksoverheid zou kunnen bezuinigen. ABF Research heeft een bijdrage geleverd aan het doordenken en berekenen van de alternatieven die in beschouwing genomen zijn voor de huursector. Daarbij is gebruik gemaakt van het WoON 2009 alsmede een rekenmodel dat enkele jaren terug ontwikkeld is  waarmee nagegaan kan worden hoe eventuele huurverhogingen uitpakken voor groepen van bewoners.

    Meer weten?

    Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332

  • 16-07
    onderstaand publication-item is openbaar

    Doelgroepen QuaWonen

    De minister van VROM-WWI heeft met de Europese Commissie afspraken gemaakt over toewijzing van corporatiewoningen. In de toekomst moet minimaal 90% van de corporatiewoningen onder de huurtoeslaggrens van 648 euro per maand bij nieuwe verhuur toegewezen worden aan huishoudens met een inkomen tot 33.000 euro. Daarmee vormen deze huishoudens voor de corporaties de (nieuwe) doelgroep. QuaWonen vraagt zich af wat deze nieuwe EC richtlijn precies voor de corporatie zal gaan betekenen. Om die reden is er behoefte aan een aantal kerncijfers welke inzicht geven in de ontwikkeling van de doelgroep: zowel de klassieke BBSH doelgroep als deze nieuwe EC doelgroep. In dit rapport wordt door ABF Research verslag gedaan van de bevindingen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

2009
  • 30-12
    onderstaand publication-item is openbaar

    Het geld geteld - Investeringen tegen de achtergrond van de Krimp en de Goedkope Koop Problematiek in Oost-Groningen

    Oost Groningen heeft te maken met “problematiek van de goedkope koopsector”. In deze ontspannen woningmarkt waar demografische groei geleidelijk omslaat in “Krimp” bestaat een zeker overaanbod aan woningen. In eerdere studies van ABF Research in 2007 is gefocust op demografische ontwikkelingen en de woonwensen van de consument. Vanuit die optiek is beargumenteerd dat transformatie via nieuwbouw en sloop een bijdrage levert aan de kwaliteit van het woningaanbod en daarmee aan de wensen van de consument. De afgelopen 10 jaar zijn gemiddeld 400 bestaande woningen in Oost Groningen vervangen. In deze studie van ABF Research wordt de vraag gesteld tot welke hoogte die aanpak betaalbaar is voor bewoners, woningcorporaties en gemeentelijke overheden? Om daar zicht op te krijgen is gebruik gemaakt van een combinatie van macro-economische scenario’s en investeringsvarianten. De macro-economische scenario’s geven een bandbreedte voor de ontwikkeling van met name de inkomens: hoeveel kunnen we betalen? De investeringsvarianten geven een bandbreedte voor de bouwplannen: hoeveel willen we investeren?

    Meer weten?

    Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331

  • 19-10
    onderstaand publication-item is openbaar

    Limburgmonitor 2009

    In de methodiek van de Limburgmonitor worden drie kapitalen onderscheiden: het sociaal kapitaal, het economisch kapitaal en het ecologisch kapitaal. Het rapport kan worden beschouwd als actualisatie van de Limburgmonitor 2007. De ontwikkeling van de drie kapitalen wordt in de Limburgmonitor samengevat in een cirkeldiagram. Uit het diagram zijn de belangrijkste ontwikkelingen direct af te lezen.  De ontwikkelingen in Limburg zijn geïnterpreteerd vanuit een duurzaamheidsperspectief. De provincie Limburg heeft zich de afgelopen jaren vanuit sociaal, economisch en ecologisch opzicht voorzichtig positief ontwikkeld. Opmerkelijk is dat de scores binnen het economisch kapitaal een zeer divers karakter hebben: de ontwikkelingen lopen (afhankelijk van het thema) uiteen van zeer positief tot zeer negatief. Binnen de twee andere kapitalen is deze diversiteit veel beperkter.

    Meer weten?

    Neem contact op met Jan Hooft van Huijsduijnen 015-27 99 342

  • 11-08
    onderstaand publication-item is openbaar

    Monitor Sociaal-Economische Vitaliteit Platteland

    In deze monitor zijn op basis van bestaande gegevensverzamelingen een groot aantal gegevens met betrekking tot ontwikkelingen op het platteland bij elkaar gebracht. Het algemene beeld dat naar voren komt is dat lokale en regionale basisvoorzieningen in een groot aantal plattelandregio’s op grote(re) afstand beschikbaar zijn en dat de afgelopen jaren deze afstand met name bij de lokale basisvoorzieningen verder is toegenomen. De bevolking op het platteland is in aantal toegenomen en ook het aantal arbeidsplaatsen op het platteland heeft zich gunstig ontwikkeld. De spanning op de woningmarkt is daarentegen iets teruggelopen.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340

  • 24-06
    onderstaand publication-item is openbaar

    Regionale Langetermijnscenario's 2006-2040

    In 2006 hebben het Centraal Planbureau, het Milieu- en Natuurplanbureau en het Ruimtelijk Planbureau onder de titel Welvaart en Leefomgeving (WLO) het eindresultaat gepubliceerd van nieuwe langetermijnverkenningen die in de periode 2002-2006 zijn verricht.  In deze scenariostudie verkennen de planbureaus mogelijke veranderingen in Nederland door individualisering, vergrijzing, migratie en (inter)nationale economische ontwikkelingen en de betekenis daarvan voor de fysieke leefomgeving. Omdat de periode tot 2040 lang is en allerlei onzekerheden kent, worden er in de studie geen voorspellingen gedaan, maar zijn scenario’s opgesteld.

    Meer weten?

    Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340