publicatiesjpg

Actuele demografische ontwikkelingen en verwachtingen

Door Léon Groenemeijer

Gepubliceerd op 09 april 2014

Bedankt!

De door u opgevraagde publicatie is succesvol verstuurd naar u.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde pagina is niet gevonden. Breng mij terug naar de Home pagina.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde publicatie is niet aanwezig. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300.

Ok

Helaas

Er is iets fout gegaan. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300. U wordt dan gehlolpen.

Ok

Ontwikkelingen 2005-2013Nederland kende de afgelopen jaren een, in omvang wisselende, bevolkingsgroei. In totaal is het aantal inwoners van Nederland tussen 1 januari 2005 en 30 september 2013 met 513.000 toegenomen. De wisselingen in de omvang van de bevolkingsgroei zijn voor een belangrijk deel te wijten aan fluctuaties in het buitenlands migratiesaldo. De economische en woningmarktcrisis heeft vooralsnog weinig demografische gevolgen: vanaf 2011 is het aantal geboorten gedaald. Naar verwachting is dit een tijdelijk effect.

De bevolkingsontwikkeling is regionaal zeer sterk gedifferentieerd. De zogehetenTopkrimpgebieden kenden in de jaren 2005-2007 een relatief sterke krimp, circa 0,6% per jaar. In de daaropvolgende jaren nam de bevolking in deze gebieden minder snel af. In 2012 en 2013 zien we weer een toename van de krimp. In totaal is tussen 1 januari 2005 en 30 september 2013 de bevolking in de topkrimpgebieden met 32.000 (‑3,3%) afgenomen. In de anticipeergebieden fluctueert de bevolkingsgroei in deze periode tussen -0,03% en +0,19% per jaar. In totaal is de bevolking in deze gebieden met 17.000 toegenomen (+0,5%).

De groei van het aantal huishoudens overtreft de bevolkingsgroei aanzienlijk. Het aandeel alleenwonenden neemt in vrijwel alle leeftijdscategorieën nog steeds toe. Uitzondering vormen de ouderen, de 65- tot 90-jarigen. Ook het aandeel eenoudergezinnen neemt nog steeds toe. Qua huishoudensontwikkeling wijken de topkrimpgebieden en, in mindere mate, de anticipeergebieden af van overig Nederland. Het aandeel alleenstaanden neemt in deze gebieden relatief sterker toe dan in overig Nederland.

Ook buiten de krimp- en anticipeergebieden zijn er gemeenten met bevolkingsdaling. In totaal gaat het om 77 gemeenten in overig Nederland in de beschouwde periode. Zelfs in regio’s die sterk groeien, zoals het woningmarktgebied Amsterdam, zijn er gemeenten met bevolkingsdaling. In alle typen woningmarktgebieden komen krimpende, soms zelfs sterk krimpende gemeenten voor. In woningmarktgebieden met beperkte, gematigde en sterke krimp zijn de krimpende gemeenten echter in de meerderheid. Opmerkelijk is dat een aantal van de gemeenten in het topkrimpgebied in het noorden van het land tot het sterk groeiende woningmarktgebied rondom de stad Groningen worden gerekend. Zij kunnen blijkbaar niet “profiteren” van de sterke regionale groei.

Vestiging vanuit het buitenland heeft in de topkrimp- en anticipeergebieden een dempend effect op de krimp. De migratie vanuit Oost-Europese landen is de afgelopen jaren toegenomen. In Zeeuwsch-Vlaanderen neemt sinds kort vanwege woningmarktmigratie het aantal inwoners met een Belgische achtergrond toe.

Als gevolg van de demografische ontwikkelingen stijgt de gemiddelde leeftijd van de bevolking van heel Nederland. Sinds 1985 is deze met vijf jaar toegenomen van 35,6 tot 40,6 in 2013. In de topkrimpgebieden bedraagt de toename 7,3 jaar. De gemiddelde leeftijd is in deze gebieden nu 44,2. In de anticipeergebieden is de gemiddelde leeftijd met 7,1 jaar gestegen. In de Randstad is de stijging beperkt gebleven tot circa drie jaar. Meer dan voorheen gaan jongeren tegenwoordig studeren in studentensteden. Daarnaast trekt de werkgelegenheid in de Randstad veel jonge mensen.

Verwachte ontwikkelingenDe meest recente nationale bevolkingsprognose van het CBS voorziet een toename van de bevolking van Nederland met 1.1 miljoen mensen in de periode tot 2040 (6,5%). Bevolkingsprognoses zijn echter met onzekerheden omgeven, het CBS schetst voor 2040 een bandbreedte in de prognose die uiteenloopt van krimp met ‑1,6% tot groei met 16,2%. Volgens de Primos-prognose 2013, die de nationale CBS-prognose als uitgangspunt gebruikt, mogen we voor de topkrimpgebieden in deze periode een daling van de bevolking met 16% verwachten, voor de anticipeerregio’s een daling met bijna 4%, terwijl het inwonertal in de overige delen van Nederland een groei met 11% zal laten zien. Het moge duidelijk zijn dat bij het geografisch detailleren van de prognose de onzekerheden verder toenemen.

De verwachting is dat het aantal huishoudens in Nederland sneller toeneemt dan de bevolking. In de periode tot 2040 wordt een toename met 14,5% voorspeld. In de topkrimpgebieden (tezamen) wordt een stabiel aantal huishoudens verwacht tot rond 2023. Daarna zet een daling in en rond 2040 zal het aantal huishoudens met 10% zijn afgenomen. In de anticipeergebieden wordt een toename van het aantal huishoudens verwacht met 6%. Daarna, vanaf 2034, wordt een lichte daling voorzien.

Lees meer over Primos

Meer weten?

Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340