publicatiesjpg

Behoefte aan studentenhuisvesting blijft toenemen

Door Co Poulus

Download deze publicatie Gepubliceerd op 24 september 2012

Bedankt!

De door u opgevraagde publicatie is succesvol verstuurd naar u.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde pagina is niet gevonden. Breng mij terug naar de Home pagina.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde publicatie is niet aanwezig. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300.

Ok

Helaas

Er is iets fout gegaan. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300. U wordt dan gehlolpen.

Ok

In de periode 2012 - 2020 blijft het aantal studenten groeien met 85.000: een toename van circa 15%. De bron voor deze cijfers vormt de recent door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar buiten gebrachte Referentieraming 2012. In opdracht van Kences en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en in samenwerking met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is nu een monitor studentenhuisvesting ontwikkeld, welke voortbouwt op de nationale Referentieraming 2012. Deze monitor bestaat uit de resultaten van het prognosemodel (het zogenaamde Apollo-model) en een informatiesysteem waarmee de cijfers de komende jaren gevolgd zullen worden. Met het Apollo-model wordt het aantal studenten per stad voorspeld, van Amsterdam tot Zwolle; in totaal voor 29 studentensteden. Deze prognose wordt bovendien vertaald in een kwantitatieve en een kwalitatieve opgave voor de studentenhuisvesters.

KwantitatiefIn alle steden groeit het aantal studenten tot 2020. Er zijn duidelijke verschillen tussen de studentensteden. In Amsterdam groeit het aantal studenten met ruim 20.000. Goede tweede vormen Groningen (6.700), Utrecht (7.500) en Rotterdam (6.000). Dat zijn overigens de steden waar nu ook al de meeste studenten studeren. Verhoudingsgewijs wordt een sterke groei verwacht in Wageningen, opnieuw Amsterdam, Delft en Den Bosch: zo’n 20% toename.

KwalitatiefHet totaal aantal studenten neemt tussen 2012 en 2020 dus toe met 85.000. Het aantal studenten dat uitwoont in de stad waar men studeert zal naar verwachting toenemen met 27.000. Bovendien komen er naar verwachting 6.000 buitenlandse studenten bij. Totaal resulteert dit in een toename van de groep die de studentenhuisvesters primair huisvesten, met 33.000 extra studenten.

Wanneer deze groei van het aantal studenten gecombineerd wordt met de woonwensen van de studenten, dan blijkt dat slechts hier en daar en voor slechts een zeer klein deel dit aanbod zou moeten bestaan uit kamers met gedeelde voorzieningen. Daarentegen zou circa de helft van het extra aanbod moeten bestaan uit kamers met eigen voorzieningen. De rest van het gewenste extra aanbod zou aangeboden moeten worden als zelfstandige woonruimte; reguliere woningen waar studenten net als andere mensen graag in willen wonen.

RapportageEen landelijke rapportage is beschikbaar vanaf 27 september om 12.00 uur.
Lokale rapportages voor de 29 studentensteden komen vanaf eind oktober beschikbaar.

Meer weten?

Neem contact op met René van Hulle 015-27 99 323