publicatiesjpg

Heffing en investeringsaftrek

Door ir. C. Poulus

Download deze publicatie Gepubliceerd op 20 juni 2013

Bedankt!

De door u opgevraagde publicatie is succesvol verstuurd naar u.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde pagina is niet gevonden. Breng mij terug naar de Home pagina.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde publicatie is niet aanwezig. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300.

Ok

Helaas

Er is iets fout gegaan. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300. U wordt dan gehlolpen.

Ok

verhuurderheffing” van februari 2013. In dat rapport zijn de extra huurinkomsten voor verhuurders berekend door het boven inflatoir en naar inkomen gedifferentieerd verhogen van de huren, conform het Woonakkoord van februari 2013. Ook de extra huurinkomsten die verhuurders tegemoet kunnen zien door extra huurharmonisatie, zijn daarbij meegenomen. Deze extra huurinkomsten zijn vervolgens vergeleken met de verhuurderheffing.

De berekeningen welke in februari gemaakt zijn op basis van het op dat moment beschikbare Woon Onderzoek Nederland (WoON 2012) zijn inmiddels herhaald op basis van de definitieve resultaten van dit onderzoek. In bijlage A zijn de belangrijkste resultaten van deze update samengevat. Deze resultaten wijken in slechts geringe mate af van de in februari gepresenteerde cijfers. Het hier voorliggende rapport brengt een aantal varianten in beeld voor een investeringsaftrek welke aansluit op de genoemde verhuurderheffing. De basisgedachte hierbij is dat verhuurders een investeringsaftrek kunnen krijgen indien zij investeren in grote maatschappelijke opgaven in de huursector. De verschillende varianten die in dit rapport zijn uitgewerkt laten zien hoe groot de aftrek zou kunnen zijn, gegeven een gewenste of verwachte inzet vanuit de verhuurders enerzijds en een investeringsaftrek per woning anderzijds.

De mogelijkheid van een investeringsaftrek voor verhuurders, laat het totaal beoogde bedrag van de verhuurderheffing echter onverlet. Dit betekent dat de investeringsaftrek gecompenseerd zal worden door een navenante verhoging van de heffing voor met name niet-investerende verhuurders. Daarbij dient de investeringsaftrek een zekere limiet te kennen. Gesteld is dat de verhuurderheffing na verhoging minder dan 2 maandhuren mag bedragen. Uitgaande van de jaarlijkse huursom voor gereguleerde woningen (ruim 13 miljard euro), betekent dit dat de heffing plus verhoging tezamen (2/12e) ofwel 2 miljard euro mogen bedragen. Gegeven de in het Woonakkoord afgesproken heffing van 1,7 miljard euro, bedraagt het investeringsbudget maximaal 300 miljoen euro per jaar. Algemene uitgangspunt is verder dat alleen verhuurders die de heffing betalen in aanmerking komen voor investeringsaftrek. In de eerder gemaakte berekeningen is er vanuit gegaan dat 25% van de particuliere verhuurders niet aan de heffing zal meebetalen omdat zij minder dan 10 woningen in bezit hebben.

Meer weten?

Neem contact op met Berry Blijie 015-27 99 331