publicatiesjpg

Meer dan 1 miljoen woningen in plannen voor de komende tien jaar

Door Léon Groenemeijer

Download deze publicatie Gepubliceerd op 02 december 2021

Bedankt!

De door u opgevraagde publicatie is succesvol verstuurd naar u.

Ok

Bedankt!

Het door u opgevraagde zip bestand met Excels is succesvol verstuurd naar u.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde pagina is niet gevonden. Breng mij terug naar de Home pagina.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde publicatie is niet aanwezig. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300.

Ok

Helaas

Er is iets fout gegaan. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300. U wordt dan gehlolpen.

Ok

ABF Research heeft in opdracht van het Ministerie van BZK opnieuw de plancapaciteit voor woningen geïnventariseerd. De gezamenlijke provinciale inventarisaties van de netto plancapaciteit (nieuwbouw minus sloop) voor de tienjarige periode 2021 t/m 2030 bedraagt 1.044.500 woningen. De netto bouwopgave, gedefinieerd als de in de Primos-prognose 2021 verwachte uitbreiding van de woningvoorraad, is 774.600 woningen. Het woningtekort loopt daarmee terug van 3,5% naar 2,5%. De verhouding tussen netto plancapaciteit en netto bouwopgave is 135%. Daarmee zijn er, rekening houdend met planuitval en vertraging, voldoende plannen om de opgave te realiseren. Een aanzienlijk deel van deze plannen, 309 duizend (46%) is al juridisch ‘hard’. De gewenste verhoging van de woningproductie de komende jaren lijkt daarmee onder handbereik.

Ten opzichte van de inventarisatie in het voorjaar van 2021, die de kortere negenjarige periode 2021 t/m 2029 besloeg, zijn er in de nieuwe inventarisatie 83.200 woningen meer opgenomen. Vooral in de provincies Noord-Brabant, Noord-Holland, Utrecht en Flevoland is er meer plancapaciteit als gevolg van uitbreiding van de inventarisatieperiode met één jaar. De verhouding tussen plancapaciteit en opgave is het krapst in Gelderland (109%) en Noord-Brabant (111%). In de Randstadprovincies varieert de verhouding tussen 137% en 145%. In de Noordelijke provincies, Zeeland en Limburg is meer dan voldoende plancapaciteit aanwezig.

Op de lange termijn, na 2030, dreigt er een overschot aan plannen te ontstaan. Voor de jaren 2031 t/m 2035 is een groot aantal plannen in ontwikkeling en opgenomen in de provinciale inventarisaties. Er dient echter rekening te worden gehouden met een deel van het ‘overschot’ aan plancapaciteit voor de periode tot en met 2030. Een deel van dit overschot zal doorschuiven naar de jaren daarna. Daar komt bij dat een veelheid aan regio’s en gemeenten publiekelijk heeft aangekondigd grote aantallen woningen te gaan ontwikkelen ‘om de nood te lenigen’. Daarnaast wordt woningbouw als (financieel) onderdeel van oplossingen voor problemen in de landbouwsector genoemd.

Het woningtekort zal volgens de Primos-prognose in 2031 2,5% van de voorraad bedragen. Om het woningtekort in 2031 op nationaal niveau in te lopen en terug te brengen tot het streefpercentage van 2% zijn er 42.800 woningen extra nodig bovenop de verwachte woningbouw volgens de prognose. Rekening houdend met deze grotere opgave is de verhouding tussen netto plancapaciteit en netto opgave momenteel 128%. Het lijkt dus mogelijk om het tekort eerder in te lopen dan verwacht. Er dient echter rekening te worden gehouden met onzekerheden die demografische prognoses kenmerken. In de hoge variant van de Primos-prognose 2021 zijn er circa 122 duizend woningen meer nodig dan in de Trendraming. In de lage variant zijn er 141 duizend woningen minder nodig dan in de Trendraming. De mate en het tempo waarmee het woningtekort kan worden ingelopen is dus mede afhankelijk van de daadwerkelijk ontwikkeling van de huishoudensgroei.

De capaciteit voor woningbouw is groter dan de inventarisatie laat zien. De informatie over geplande opleveringen in het jaar 2030 is niet compleet, voor Zuid-Holland ontbreekt dit specifieke jaar. Daarnaast is onduidelijk in hoeverre in alle provinciale inventarisaties transformatie van gebouwen is opgenomen. In een aantal provincies is dit wel het geval, maar mogelijk niet in alle.  Er worden op deze wijze veel woningen aan de voorraad toegevoegd. In de afgelopen jaren is 15% van de toevoegingen via transformatie van gebouwen tot stand gekomen. Voorts zijn er woningen die via het splitsen en/of verbouwen van woningen tot stand komen. Deze zijn niet in de plancapaciteit opgenomen. In de afgelopen jaren is 6% van de toevoegingen op deze wijze gerealiseerd.

Van 386 duizend woningen, dat is 37% van alle plannen opgenomen in de planinventarisaties voor de komende tien jaar,  is het prijssegment bekend. Er zit echter een vertekening in de cijfers. Vanwege de betere informatiepositie van plannen met goedkope woningen zijn de financieringscategorieën bij deze plannen beter bekend. Van de 386 duizend woningen in voorbereiding waarvan de prijssegmenten bekend zijn, is het aandeel gereguleerde huurwoningen 35%, middeldure huur 17%, dure huur 6%, goedkope koop 5%, middeldure koop 14% en 23% dure koop.

Meer weten?

Neem contact op met Leon Groenemeijer 015-27 99 340