publicatiesjpg

Rapportage Primos 2016

Door K. Gopal, G. van Leeuwen, D. Omtzigt, M. Koopman, M. Vijncke, L. Groenemeijer

Gepubliceerd op 31 oktober 2016

Bedankt!

De door u opgevraagde publicatie is succesvol verstuurd naar u.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde pagina is niet gevonden. Breng mij terug naar de Home pagina.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde publicatie is niet aanwezig. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300.

Ok

Helaas

Er is iets fout gegaan. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300. U wordt dan gehlolpen.

Ok

Primos geeft inzicht in de kwantitatieve woningbehoefte voor de korte en lange termijn. In het rapport ‘Primos 2016’ worden de definitieve uitkomsten gepresenteerd. Hierin wordt rekening gehouden met de verwachtingen rondom de toegenomen instroom van asielmigranten. In het rapport wordt de vergelijking gemaakt met Primos 2013, de laatste versie die (mede) in opdracht van het ministerie van BZK is uitgevoerd.

De belangrijkste uitkomsten

  • Toename van de bevolking als gevolg van omhoog bijgestelde instroom asielmigranten. Voorzien wordt dat het aantal inwoners van Nederland in de periode 2015-2020 met 437.000 inwoners toeneemt. De bevolkingsgroei neemt daarna af. In volgende vijf jaar bedraagt de toename 278.000 inwoners.
  • Voor de komende tien jaar wordt een toename met 592.000 huishoudens verwacht. Terwijl de totale huishoudensaanwas in de periode tot 2025 8% bedraagt, neemt het aantal alleenstaanden met 16% toe. Alleenstaanden en paren in de leeftijdsklasse 75-84 nemen in omvang het sterkst toe.
  • In 2009 bestond een gemiddeld particulier huishouden uit 2,23 personen, in 2015 is dat gedaald tot 2,17. De prognose is dat de huishoudgrootte in 2025 is teruggelopen tot 2,10 personen. In alle leeftijdsgroepen blijft het aandeel alleenstaande huishoudens toenemen. Uitzondering vormen vanwege de gestegen levensverwachting de 65-90 jarigen. De zogenaamde individualisering wordt echter wel afgeremd door het later uit huis gaan van kinderen. Vooral onder niet-westerse allochtonen is het aandeel thuiswonende kinderen de afgelopen jaren sterk gestegen.
  • Om de spanning op de woningmarkt te meten, wordt als indicator het zogeheten statistisch woningtekort gehanteerd. Dit tekort, het verschil tussen de beschikbare en de gewenste woningvoorraad, wordt in negatieve getallen uitgedrukt en voor 2015 voor heel Nederland op -134.000 woningen, of te wel -1,8% van de bestaande voorraad, becijferd.
  • Voorzien wordt dat de woningproductie tot 2018 aanzienlijk lager ligt dan de gewenste toename van de voorraad. Het nationale tekort loopt daarom naar verwachting op tot -196.000 woningen (-2,5%) in 2018.  In 2025 wordt voor heel Nederland een niveau van ‑2,1% voorzien. Regionale verschillen nemen alsmaar toe.

Lees voor meer informatie het volledige rapport. Het rapport is voorzien van regionale uitkomsten. Interesse in de verwachtingen rondom de kwalitatieve woningbehoefte? Klik hier.

Meer weten?

Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332 Download deze publicatie