publicatiesjpg

Vooruitzichten bevolking, huishoudens en woningmarkt 2021-2035

Door Léon Groenemeijer, Kenneth Gopal, Michael Stuart-Fox, Gerard van Leeuwen en David Omtzigt

Download deze publicatie Gepubliceerd op 06 juli 2021

Bedankt!

De door u opgevraagde publicatie is succesvol verstuurd naar u.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde pagina is niet gevonden. Breng mij terug naar de Home pagina.

Ok

Helaas

De door u opgevraagde publicatie is niet aanwezig. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300.

Ok

Helaas

Er is iets fout gegaan. U kunt contact opnemen met ABF Research door te bellen naar 015-27 99 300. U wordt dan gehlolpen.

Ok

In reactie op de coronacrisis en de verminderde bevolkingsgroei heeft het CBS de nationale bevolkingsprognose voor de jaren tot en met 2035 verlaagd. Verwacht wordt dat de bevolking ook in 2021, als gevolg van de beperkingen die corona oplegt, beperkt groeit. Vanaf 2022 wordt een aantal jaren een toename met meer dan 100 duizend inwoners per jaar voorzien. In 2035 is het verschil tussen de huidige en de vorige prognose beperkt: de huidige prognose voorziet 38 duizend inwoners minder.

Voor de woningmarkt is niet zozeer de bevolkingsgroei van belang, als wel de verwachte toename van het aantal en de verschillende typen huishoudens. In de periode 2021 t/m 2034 neemt het totaal aantal huishoudens volgens de Primos-prognose 2021 naar verwachting met 849 duizend toe, van 8,0 miljoen naar 8,9 miljoen, een groei met 10,5%. De huishoudenstoename naar type laat grote verschillen zien. De toename bestaat voor 4% uit eenoudergezinnen, 15% paren, 11% gezinnen en maar liefst 70% alleenstaanden.

Gemiddeld neemt het aantal huishoudens met 10,5% toe.  De verschillen per regio zijn echter groot. In de woningmarktregio’s Sittard/Heerlen, Maastricht en Emmen wordt een beperkte daling van het aantal huishoudens voorzien. De regio’s Doetinchem, Middelburg, Groningen en Leeuwarden kennen met circa 3% een beperkte groei. De sterkste huishoudensgroei wordt verwacht in de regio’s Amsterdam, Ede, Den Haag (17%), Utrecht (16%) en Amersfoort (14%).

In totaal worden er naar verwachting in de periode 2021 t/m 2034 circa 1,16 miljoen woningen aan de voorraad toegevoegd (nieuwbouw, transformatie en woningsplitsing) en 168 duizend woningen aan de voorraad onttrokken (sloop, bestemmingswijziging en samenvoeging). Per saldo neemt de voorraad met bijna 990 duizend woningen toe, een uitbreiding met 12,4%. Ongeveer driekwart van de woningbouwopgave betreft het accommoderen van de verwachte toename van het aantal huishoudens (groei woningbehoefte). Ongeveer 9% betreft het inlopen van het woningtekort naar 2% en nog eens 15% is nodig om onttrokken woningen te vervangen.

Voor de komende jaren wordt een beperkt lagere huishoudensgroei verwacht dan eerder geraamd. De verwachtingen met betrekking tot de woningproductie zijn andersom juist omhoog bijgesteld. Dat betekent dat het tekort naar verwachting minder sterk oploopt dan in de Primos-prognose van vorig jaar werd voorzien. Toen was de prognose dat het woningtekort in 2025 zou pieken op 418.900, 5,1% van de woningvoorraad. In de Primos-prognose 2021 wordt voorzien dat het tekort een jaar eerder piekt, in 2024, en lager, op 316.700 woningen (3,9%). Het woningtekort zal naar verwachting daarna dalen naar 2,7% in 2030 en 2,0% in 2035.

Gemiddeld zullen er in de periode tot 2035 volgens de huidige inzichten per jaar 83 duizend woningen via nieuwbouw, transformatie en splitsing aan de voorraad toegevoegd te worden. Daarvan zijn er jaarlijks gemiddeld 12 duizend ter vervanging van te slopen woningen of woningen die verdwijnen als gevolg van samenvoegingen of bestemmingswijziging.

Met behulp van het Socrates-model is een simulatie uitgevoerd van de gewenste ontwikkeling naar prijssegment in de periode tot 2035. De vraag richt zich vooral op goedkope koopwoningen met een prijs tot de NHG-grens van € 310.000 (prijspeil 2020). Het optimale nieuwbouwprogramma bestaat in het Socrates Middenscenario uit gemiddeld 28 duizend goedkope koopwoningen per jaar. Daarnaast zijn er jaarlijks 15 duizend middeldure koopwoningen gewenst (tot € 480.000) en 9 duizend dure koopwoningen (> € 480.000). Het nieuwbouwprogramma bestaat voor 63% uit koopwoningen (jaarlijks 52 duizend) en 37% huurwoningen (jaarlijks 31 duizend). Gemiddeld is per jaar de bouw gewenst van 23.700 gereguleerde huurwoningen, 5.400 middenhuurwoningen en 1.900 dure huurwoningen.

Van de bestaande woningvoorraad is 64% een eengezinswoning en 36% een meergezinswoning. De bouwopgave tot 2035 bestaat volgens het Socrates Middenscenario echter uit 51% eengezinswoningen en 49% meergezinswoningen. De verklaring hiervoor bestaat uit veranderende woonvoorkeuren, de relatief grote concentratie van de woningvraag in stedelijke gebieden en de verwachte veranderingen in de samenstelling van de bevolking als gevolg van immigratie en vergrijzing.

In het Scenario Jongste Trends zijn de mogelijke gevolgen van recente veranderingen in het binnenlands migratiepatroon verkend.

Meer weten?

Neem contact op met Kenneth Gopal 015-27 99 332 of Leon Groenemeijer 015-27 99 340